Logo Greet van Gool
mondelinge vraag   
CRIV 51 COM 063 NR. 613 - 2003.11.18 «

COMMISSIE VOOR DE SOCIALE ZAKEN

02 Vraag van mevrouw Greet van Gool aan de staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de mogelijkheid voor chronisch zieken en personen met een handicap om verzekeringen af te sluiten" (nr. 613)
02.01 Greet van Gool (sp.a-spirit):
Mevrouw de staatssecretaris, onlangs wenste een kankerpatiënte een collectieve hospitalisatieverzekering om te zetten in een individuele polis. Dat werd haar door de verzekeringsmaatschappij geweigerd, ondanks dat bij het sluiten van de groepspolis was overeengekomen dat de verzekerde bij het verbreken van de arbeidsovereenkomst een individuele hospitalisatieverzekering zou kunnen sluiten zonder medische formaliteiten en zonder wachttijden. Na tussenkomst van de Ombudsdienst van de Verzekeringen is er voor het specifieke geval een oplossing gevonden voor de betrokkene. Dat spijtige voorval toont echter nog maar eens aan dat chronisch zieken en mensen met een handicap het heel erg moeilijk hebben om hospitalisatieverzekeringen te sluiten. Gelijkaardige problemen doen zich ook voor bij het sluiten van brandpolissen, levensverzekeringen enzovoort. De wet van 15 februari 2003 ter bescherming van discriminatie en tot wijziging van de wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding biedt nochtans een afdoende wapen tegen dergelijke vormen van discriminatie. Blijkbaar zijn de mogelijkheden van de wet echter nog niet voldoende bekend. Graag vernam ik daarom, ten eerste, of het Centrum voor gelijkheid van kansen, dat sinds de wet van 15 februari 2003 ook bevoegd is voor discriminatie van personen met een handicap, reeds klachten tegen dergelijke vormen van discriminatie heeft ontvangen. Zo ja, hoeveel klachten heeft het Centrum ontvangen? Zijn er al rechtszaken opgestart? Ten tweede, welke stappen zal u ondernemen om dergelijke problemen in de toekomst te vermijden en om, meer algemeen, tot een betere bekendheid van de toepassingsmogelijkheden van voornoemde wet te komen?
02.02 Staatssecretaris Isabelle Simonis:
Voor het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding is de eerste minister bevoegd. Ik heb echter regelmatig contact met de premier, en op grond daarvan kan ik u meedelen dat er al een groot aantal klachten werd ingediend, waarvan vele van mensen die problemen hebben om zich te verzekeren. Wat het door u beschreven geval betreft, moet er rekening worden gehouden met twee aspecten. Ten eerste is er mogelijk sprake van contractbreuk. Als de vorige werkgever bij de verzekeraar bedongen heeft dat de vroegere werknemers verzekerd kunnen blijven tegen flexibele voorwaarden, en de verzekeraar houdt zich niet aan die contractuele verbintenis, kan er hoe dan ook een proces aangespannen worden op grond van het klassieke verbintenissenrecht. Ten tweede is er mogelijk sprake van een inbreuk op de antidiscriminatiewet. Dat kan het geval zijn als de verzekeraar zijn weigering louter baseert op de gezondheidstoestand van de betrokkene. Het probleem is alleen dat de jurisprudentie inzake de toepassing van de antidiscriminatiewet momenteel nog ontoereikend is. Het is dan ook moeilijk te zeggen hoe dit zal worden geïnterpreteerd. Mijns inziens kan men twee kanten uit. In een eerste interpretatie gaat men ervan uit dat de antidiscriminatiewet verbiedt dat mensen ongelijk behandeld worden op grond van hun gezondheidstoestand, tenzij dit objectief verantwoord kan worden. Dat wil zeggen dat als de verzekeraar objectief kan aantonen dat de gezondheidstoestand van de betrokkene een weigeringsgrond kan zijn, hem geen discriminatie kan worden aangewreven. Ik wil mij niet in de plaats stellen van de rechter, maar meen toch te mogen opmerken dat ik mij moeilijk kan voorstellen dat een radicale weigering objectief zou kunnen worden gerechtvaardigd. Voor hogere premies of weigeringen kunnen echter ook objectieve redenen bestaan. Zo kan statistisch worden aangetoond dat wie aan een bepaalde ziekte lijdt, hogere kosten zal meebrengen. Daarbij kunnen we ons afvragen of dat statistische gegeven als objectieve reden volstaat, dan wel of de verzekeringsmaatschappij moet aantonen dat een welbepaalde persoon tot hogere kosten zal leiden. Een andere mogelijke interpretatie is dat de antidiscriminatiewet verbiedt dat een onderscheid wordt gemaakt op basis van de gezondheidstoestand en dat ze dus leidt tot een minimale solidariteit tussen verzekerden. Geen van beide interpretaties is vanzelfsprekend. Ik ben het wel eens met mevrouw Van Gool dat de antidiscriminatiewet onvoldoende is gekend. Ik heb mijn medewerkers gevraagd na te gaan hoe er meer ruchtbaarheid aan kan worden gegeven.
02.03 Greet van Gool (sp.a-spirit):
Mijnheer de voorzitter, ik dank mevrouw de staatssecretaris voor haar uitgebreid en gedetailleerd antwoord. Het gaat hier inderdaad om een belangrijk probleem dat heel wat mensen raakt en ook iets heel fundamenteel inhoudt, met name het recht op gezondheidszorgen ook wanneer er bijkomende kosten zijn die een slechte gezondheid ongelukkigerwijze soms met zich brengt. Het is dan ook een goede zaak dat die antidiscriminatiewet kan worden ingeroepen en het is zeker ook een goede zaak dat u onderzoekt hoe die wet meer bekendheid kan krijgen.

Referentie

Bovenstaande tekst is een uittreksel uit het Integraal Verslag (CRIV) van commissievergadering (COM) 063 tijdens zittingsperiode 51. Deze verwijzingen kun je gebruiken om de volledige teksten te raadplegen op de website van De Kamer. Onder de kop "Commissies" volg je de verwijzing "Bespreking van interpellaties en vragen". Daar aangekomen kun je kiezen of je het integraal verslag of het beknopt verslag wilt lezen. Dan zoek je de commissievergadering met nummer 063, en daarin ga je naar vraag nummer 02.

Labels en certificaten

Valid XHTML 1.0! Correct CSS!

wegwijzer