mondelinge vraag
CRIV 51 COM 054 NR. 476 - 2003.11.12 «
dieptepeil
COMMISSIE VOOR DE BINNENLANDSE ZAKEN, DE ALGEMENE ZAKEN EN HET OPENBAAR AMBT
06 Samengevoegde interpellaties en vraag van - de heer Dirk Claes tot de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de aangekondigde hervormingen bij de brandweerdiensten" (nr. 69) - mevrouw Greet van Gool aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de hervorming van de vrijwillige brandweer, de civiele bescherming en de medische hulpdiensten" (nr. 476) - de heer Luc Sevenhans tot de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de aangekondige hervormingen bij de brandweerdiensten" (nr. 92)
- 06.01 Dirk Claes (CD&V):
- Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister van Binnenlandse Zaken, naar aanleiding van de dag van de brandweer in Genk heeft de minister een aantal hervormingen bij de brandweerdiensten aangekondigd. De minister had dat ook al gedaan in de aanloop van de regeringsvorming. Totnogtoe hebben wij nog maar een aantal flarden van die plannen gehoord. Dat is meteen ook de reden van deze interpellatie. De brandweerdiensten en natuurlijk ook de civiele bescherming zijn de laatste jaren stiefmoederlijk behandeld. Ik denk dat de vorige minister nog grote plannen had, maar hij heeft er nooit over gesproken. Vrijwel iedereen is het erover eens dat de brandweer onvoldoende is uitgerust wanneer zich bij ons een ernstig ongeval zou voordoen. Denken wij maar aan Enschede. Ook toen werd het debat bij ons aangezwengeld, maar het is nadien spijtig genoeg verstomd. Dat het er in het regeerakkoord deze keer wel aandacht wordt geschonken aan de hervormingen bij de hulpdiensten, is alvast een stap in de goede richting en veelbelovend. Een van de actiepunten zou de zonevorming kunnen betreffen. Wat de brandweerzones betreft, gebeurt dit nu op vrijwillige basis, alhoewel er op het terrein evenveel verscheidenheid in de zones bestaat als er zones zijn. De manier van werken, de samenstelling van de korpsen en ook het statuut kunnen verschillen. De minister laat nu echter doorschemeren dat hij zou overgaan tot de vorming van hulpverleningszones, samen met de politiezones en de MUG-zones of spoedgevallendiensten. Hierbij zouden dus ook de medische urgentiediensten betrokken worden. In het verleden waren er al eens plannen om dit te doen. Die zijn toen trouwens op heel wat verzet gestuit van precies die medische diensten. Zij schermden toen immers met de bescherming van het medisch geheim. Blijkbaar wil men nu weer werken aan een samenwerking. Heeft de minister hierover reeds overleg gehad met de minister van Volksgezondheid? Zijn de zones voor dringende medische hulp bereid om met die brandweerzones samengevoegd te worden en schept dit geen problemen inzake de bescherming van de privacy? Het ASTRIDproject zou natuurlijk ook kunnen bijdragen tot een betere samenwerking tussen die verschillende entiteiten. De indeling in hulpverleningszones op basis van een risicoanalyse is de meest gewenste manier van werken. Wij steunen die ook. Als ik de minister goed begrijp, dan verdedigt hij ook dat standpunt. Het is wel onduidelijk wie er voor die risicoanalyse moet instaan. Dergelijke analyse is uiterst belangrijk voor de brandweerdiensten en de overheden waaronder zij ressorteren. Er moet onder een antwoord worden gegeven op vragen betreffende de middelen waarin moet worden voorzien, het materiaal en personeel. Ook de richtlijnen inzake functioneren zullen van belang zijn bij de risicoanalyse, zeker wat betreft de aanrijtijden. Ik denk dat ik de minister onlangs heb horen zeggen dat men op sommige plaatsen in dit land beter geen ongeval of brand heeft. Dienaangaande zullen alvast enkele algemene richtlijnen vanuit Binnenlandse Zaken onontbeerlijk zijn. Het zou echter geen goede zaak zijn om over het hele land willekeurig te werk te gaan, naargelang de verschillende zones. Bovendien is het ook twijfelachtig of in de meeste zones en gemeentes de nodige expertise voor die risicoanalyse aanwezig is. Moeten die analyses door de bestaande zones zelf uitgevoerd worden? Krijgen zij hierbij ondersteuning van de diensten van Binnenlandse Zaken? Wie zal de kosten voor die risicoanalyses moeten dragen? Een wijziging van het statuut van brandweerman wordt niet in het vooruitzicht gesteld. Voor vele vrijwillige brandweerlui is een aanpassing van het statuut nochtans meer dan noodzakelijk. Het is merkwaardig, maar wij stellen vast dat het in bepaalde gebieden van ons land moeilijk is om vrijwilligers aan te trekken, terwijl dat in andere gebieden geen enkel probleem is. De vrijwilliger is echter onontbeerlijk voor de werking en om de kosten die de brandweerdiensten veroorzaken draaglijk te houden. In 2002 is het aantal vrijwilligers echter met bijna 500 gedaald. Een lichte daling kan wel, maar dit is toch al een serieus negatieve trend die wij zouden moeten ombuigen. Voor die vrijwilligers is het ook niet goed dat wij zouden komen tot zeer grote zones, want dan wordt het nog veel moeilijker om vrijwilligers aan te trekken. De minister geeft nu enkel aan dat er gesprekken zullen worden gevoerd met de werkgevers om de tewerkstelling of de terbeschikkingstelling van vrijwilligers door de werkgevers te bevorderen. Wij zijn ervan overtuigd dat er een gesprek tussen alle betrokken partijen op gang moet komen, tussen de werkgevers, de overheid en werknemer-vrijwilliger. Om alsnog het aantal vrijwilligers op peil te houden, zal een wijziging van het statuut onvermijdelijk zijn. Er blijven immers problemen, bijvoorbeeld met de arbeidsongevallenverzekering en de tijdelijke dienstcontracten van vrijwilligers. Is de minister bereid om alsnog het statuut van vrijwillige brandweerman aan te passen? Wat de budgettaire middelen betreft, stelt ook het regeerakkoord dat er geen verhoging van de middelen komt. Deze regering is eerder van plan een eventuele financiering via de private brandverzekering te laten verlopen. Wij vinden dat niets anders dan een verdoken belastingverhoging. De regering moet dan ook de moed hebben dat met zoveel woorden te zeggen. Ik wou dan ook van de minister weten hoever de plannen van de regering hiervoor reeds staan. Is hierover reeds overleg met de verzekeringssector geweest? Dit is dus een interpellatie over de werking van de brandweer in zijn geheel.
- 06.02 Greet van Gool (sp.a-spirit):
- Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, wij lezen inderdaad ook de krant. Tijdens de Dag van de Brandweer in Genk heeft de minister een hervorming van de vrijwillige brandweer, de civiele bescherming en de medische hulpdiensten aangekondigd. Die hervorming zal blijkbaar vooral betrekking hebben op de hulpverleningszones. Aan het statuut van de hulpverleners zou niet worden geraakt. Nochtans rijzen er juist inzake het statuut van de hulpverleners heel wat problemen, onder meer op sociaal vlak en op fiscaal vlak. Specifiek voor de vrijwillige brandweer had de vorige minister van Binnenlandse Zaken de opdracht gegeven het statuut aan te passen. Mijnheer de minister, ik kom tot mijn vragen. Ten eerste, welk gevolg is gegeven aan de opdracht van de vorige minister van Binnenlandse Zaken tot hervorming van het statuut van de vrijwillige brandweer? Zal dit onderzoek of deze studie tijdens deze legislatuur worden voorgezet? Ten tweede, zal desgevallend in een latere fase worden overgegaan tot een wijziging van het statuut van de hulpverleners? Wanneer u het hebt over het aankaarten van de vrijwilligersproblematiek bij de werkgevers, overweegt u dan ook educatief verlof in te voeren voor de noodzakelijke opleidingen en bijscholingen die de hulpverleners in het kader van hun opdracht moeten volgen?
- 06.03 Luc Sevenhans (VLAAMS BLOK):
- Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, mijn vragen gaan uiteraard in dezelfde richting. Het onderwerp is al heel vaak besproken tijdens de vorige legislatuur. Minister Duquesne, uw voorganger, lachte altijd heel minzaam, maar hij deed niets. Hij heeft van het dossier op vier jaar tijd niets gebakken en het probleem is alleen maar groter geworden. De toestand zoals hij wordt geschetst door mijn voorgangers, is uiteraard zeer schrijnend. Ik zal dat niet herhalen, dat is ook niet nodig, gelet op het uur. Ik denk dat we vooral moeten uitkijken naar de intenties van de minister. Hij heeft wel een aantal intenties gehad. Het is ook moeilijk te interpelleren over intenties. Hij heeft echter het voordeel van de twijfel en hij zal wellicht zo dadelijk met een mooi afgerond plan naar voren treden. Men is nu reeds vier jaar bezig op Binnenlandse Zaken om iets te maken van het statuut van de brandweerman, en specifiek van dat van de vrijwillige brandweerman. De verwachtingen liggen dus vrij hoog. De minister heeft dan ook bij de eerste de beste gelegenheid aangekondigd dat hij van alles zou doen. Ik weet in grote lijnen dat de zones zullen moeten worden vergroot, dat kan ik goed volgen. Wat zal hij echter specifiek doen waar het probleem het grootst is, met name in de gemeenten, voor de vrijwillige brandweerman? Wat zal daarvoor gebeuren? Zij vragen al tien, twintig jaar om iets te doen. Het zijn vooral die vrijwilligers die ons het meest na staan. In de meeste gemeenten zijn de brandweermannen vrijwilligers. In de grote steden gaat het om korpsen. Ik denk dat de noodzaak zeer groot is dat men iets zou doen. Ik hoop dat de minister iets concreter kan zijn in zijn intenties.
- 06.04 Minister Patrick Dewael:
- Mijnheer de voorzitter, collega's, ik heb inderdaad op 18 oktober 2003 in Genk de brandweerdiensten toegesproken in het kader van de dag van de brandweer. De kern van mijn betoog was dat er voorafgaandelijk aan de hervorming - ik wil dat toch benadrukken - een risicoanalyse moet worden uitgevoerd. De risicoanalyse werd door mijn voorganger opgestart in een vijftal pilootzones. Ik zou in dat verband ook even het regeerakkoord willen citeren: Een analyse van mogelijke risico's op het vlak van civiele veiligheid - brand, ontploffingen, wegongelukken, slecht weer -, en dit voor het gehele grondgebied, zal worden opgesteld. Op grond van deze analyse zullen de zones worden gerationaliseerd en het personeelsbeleid en het investeringsbeleid aangepast. Een betere dienstverlening aan de burger is daarbij het objectief." Collega's, deze analyse wordt de basis van een fundamentele hervorming met als hoeksteen het op poten zetten van een volwaardige hulpverlening aan de bevolking. De hervorming zal onder meer leiden tot het organiseren van hulpverleningszones als platform voor de organisatie van de civiele veiligheid. Ze zal ook leiden tot het kritisch bekijken van het investeringsbeleid en het bijsturen van een aantal elementen uit het administratieve statuut. Inzake de punctuele vraag van collega Claes over de hulpverleningszones en het overleg met Volksgezondheid, zou ik voor de omvorming van de hulpverleningszones ook het resultaat van de risicoanalyse willen afwachten. De overtuiging groeit - dat weet u - dat de hulpverleningszones in de toekomst het platform moeten worden voor de organisatie van zowel de civiele veiligheid als de dringende, geneeskundige hulpverlening. Ik zal daartoe overleg plegen met mijn collega van Volksgezondheid. Collega Claes, wat uw vraag betreft over de zones voor dringende, medische hulpverlening, neem ik aan dat u de interventiesectoren van de bestaande diensten voor dringend ambulancevervoer bedoelt. Zones voor dringende, medische hulpverlening bestaan niet. Deze sectoren zijn op het terrein de facto tot stand gekomen uit het aanbod ter plaatse. Een afstemming van deze sectoren op de brandweerzones kan volgens mij alleen maar tot een betere dienstverlening leiden. Ik zie niet in hoe het op elkaar afstemmen van brandweer en medische hulpverlening problemen op het gebied van bescherming van de privacy zou kunnen inhouden. Dan was er uw vraag over de uitvoering van de risicoanalyses. Ik heb mijn administratie de opdracht gegeven een dossier voor te bereiden over de te volgen werkwijze voor de uitvoering van de analyses op het hele grondgebied. Op basis van dat dossier, dat ik eerstdaags verwacht, zal ik mij een beter beeld kunnen vormen van de nodige, financiële en materiële ondersteuning. U stelde ook vragen over de budgettaire middelen. Het regeerakkoord stelt inderdaad dat er geen verhoging komt van de middelen. De risicoanalyse zal een antwoord moeten geven op de vraag of de middelen - het gaat toch om 500 miljoen euro of zowat 20 miljard oude Belgische frank -, die vandaag door alle betrokken overheden samen aan civiele veiligheid worden besteed, wel op de meest doelmatige manier worden uitgegeven. Dat vind ik toch eigenlijk wel een teken van rationeel beleid. Als we zien dat vandaag 500 miljoen euro door alle overheden samen wordt geïnvesteerd of besteed, dan vraag ik mij soms af of dat wel op de meest doelmatige manier gebeurt. De resultaten van de analyse moeten volgens mij aantonen of dat effectief het geval is of niet. Mocht blijken dat na verloop van tijd meer middelen nodig zijn, dan neem ik mij uiteraard voor een pleitbezorger voor een verhoging te zijn. Ik vind het echter verstandig om in een eerste fase de resultaten van de analyse af te wachten. Met het regeerakkoord in de hand kan ik u nog zeggen dat bijkomende uitgaven kunnen worden gefinancierd door gedeeltelijke recuperatie van de interventiekosten. Hier wordt inderdaad gekeken naar de verzekeringssector en de onderhandelingen moeten nog worden opgestart. Laat dat duidelijk zijn. Mijn administratie is belast met de voorbereiding van een dossier. Wat betreft de vragen van de 3 collega's nopens het statuut van de hulpverlener en van de vrijwillige brandweerman, kan ik meedelen dat tijdens deze legislatuur voort zal worden gewerkt aan de verbetering van een aantal elementen van het administratief statuut van het brandweerpersoneel. Het accent zal liggen op het bewerkstelligen van een zo groot mogelijke uniformiteit op het vlak van de aanwervings- en de bevorderingsvoorwaarden, tuchtprocedure en evaluatiesysteem. De deels verouderde bepalingen in verband met het statuut van de leden van de operationele eenheden van de civiele bescherming, zowel de beroeps als de vrijwilligers, zullen worden geactualiseerd en samengevoegd in één enkele basistekst. U hebt ook de vraag gesteld, collega Van Gool, over de vrijwilligersproblematiek bij de werkgevers. Het moet duidelijk zijn en ik heb dat ook in Genk aangekondigd: de brandweer zal in de toekomst moeten blijven werken met beroeps en vrijwilligers. De vrijwillige brandweerman zal een belangrijke rol blijven spelen. Daarom werden reeds verschillende denkpistes uitgewerkt met betrekking tot hun situatie ten opzichte van hun werkgevers. Een educatief verlof zou een onderdeel kunnen vormen van de besprekingen die ik plan met de werkgevers. Ik vind het echter even prioritair dat met de werkgevers een afspraak kan worden gemaakt rond de beschikbaarheid van vrijwilligers tijdens de normale werkuren. We weten dat een belangrijke werkgever van de vrijwillige hulpverlener steden en gemeenten zijn. Laten we dat laatste toch in acht nemen.
- 06.05 Dirk Claes (CD&V):
- Ik dank de minister voor zijn antwoord. Toch wil ik erop wijzen dat, indien er met de verzekeringen gepraat wordt over het verzekeren van de interventiekosten, deze verzekeringen serieus duurder zullen worden. De verzekeringen moeten nog altijd betaald worden door individuele burgers. Anderzijds wil ik ook wijzen op de mogelijke problemen bij besprekingen van statuten van beroeps brandweerlui. Zij zullen zich ongetwijfeld spiegelen aan het statuut van de politiediensten, dat een slecht voorbeeld is, omdat het zeer duur is. Ik hoor die klok geregeld luiden. Ten derde hoop ik dat de risicoanalyse snel gaat. Op dit ogenblik zijn er dagelijks problemen. Bij interventies op autosnelwegen maken we bijvoorbeeld geregeld mee dat het niet altijd de kortst bijzijnde brandweerdienst en dus het snelst ter plaatse kan zijn, die de hulp verleent.
- 06.06 Greet van Gool (sp.a-spirit):
- Mijnheer de minister, ik dank u voorhet antwoord. Als u het hebt over het statuut, hebt u het vooral over de uniformiteit van vooral tucht en aanwerving. Ik heb eigenlijk niet veel of niets gehoord over de fiscale en sociale aspecten: onderwerpen zoals RSZ en fiscale vrijstelling. Hierrond is er toch wel een aantal knelpunten. Als u het nodig acht dat wij een beroep zullen moeten blijven doen op de vrijwillige brandweerlieden, dan moeten we het ook over de keerzijde hebben. De overheid moet een aantal consequenties op die vlakken aanvaarden en moet erover waken dat betrokkene geen fiscaal of sociaal nadeel ondervindt van zijn vrijwillig engagement. Alleszins wat het educatief verlof betreft, ben ik blij dat u dit als eventuele piste voor besprekingen met de werkgever van de vrijwillige brandweerman overweegt. Deze problematiek doet zich niet alleen voor voor de vrijwillige brandweer, maar zeker ook voor de ambulancediensten, omdat voor hen de bijscholing een belangrijk element is.
- 06.07 Luc Sevenhans (VLAAMS BLOK):
- Mijnheer de voorzitter, het gaat in elk geval over uniformiteit. Dat is inderdaad een probleem. Ik heb deze week nog een voorbeeld gehoord van een bedrijf dat zich gevestigd had in Gent en dat uit Antwerpen kwam. Het kreeg volledig andere richtlijnen over brandpreventie. We spreken niet alleen over personeel. Het gaat ook over de veiligheid in het algemeen en over de veiligheid van de burger. Er zijn bij de brandweer 17.000 mensen die inderdaad allemaal vragende partij zijn voor een beter statuut. Het gaat dan specifiek om de vrijwillige brandweer. Het woord vrijwillig dekt ook niet meer helemaal de lading. Om vrijwillige brandweerman te zijn, moet men er immers heel wat in investeren in zijn vrije tijd. Vrijwillige brandweerman is meer een roeping. Die mensen hebben dus wel het recht op een serieus statuut. Ik hoor uw verklaringen. Ik heb echter vier jaar geleden iets gelijklopend gehoord van minister Duquesne. U hebt die dossiers wellicht overgenomen. Hopelijk gaat u er iets meer mee doen. Daarom zal ik ook een motie indienen. Ik wil erop aandringen dat het statuut eindelijk zal worden geregeld. Als het voor u geen probleem is, dan zal dat vrij snel kunnen gebeuren.
Referentie
Bovenstaande tekst is een uittreksel uit het Integraal Verslag (CRIV) van commissievergadering (COM) 054 tijdens zittingsperiode 51. Deze verwijzingen kun je gebruiken om de volledige teksten te raadplegen op de website van De Kamer. Onder de kop "Commissies" volg je de verwijzing "Bespreking van interpellaties en vragen". Daar aangekomen kun je kiezen of je het integraal verslag of het beknopt verslag wilt lezen. Dan zoek je de commissievergadering met nummer 054, en daarin ga je naar vraag nummer 06.
Labels en certificaten