Logo Greet van Gool
mondelinge vraag   
CRIV 51 COM 046 NR. 477 - 2003.11.05 «

COMMISSIE VOOR DE FINANCIËN EN DE BEGROTING

06 Vraag van mevrouw Greet van Gool aan de minister van Financiën over "de fiscale behandeling van de vergoedingen betaald aan vrijwillige brandweerlieden" (nr. 477)
06.01 Greet van Gool (sp.a-spirit):
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, niemand kan ontkennen dat vrijwillige brandweermannen - of beter brandweerlieden, want er kunnen natuurlijk ook vrouwen bij zijn - een belangrijke, zo niet onmisbare, taak vervullen in onze maatschappij. Het is dan ook zo dat hun inzet gestimuleerd moet worden. Ze mogen in geen geval gestraft worden voor hun belangeloze vrijwillige inzet. Op fiscaal vlak bestaat er een vrijstelling op de vergoedingen die de leden van de vrijwillige brandweer ontvangen. Mijnheer de minister, ten eerste, graag vernam ik hoeveel het huidige bedrag van die vrijstelling bedraagt. Wordt het gekoppeld aan de stijging van de indexcijfers? Ten tweede, wordt die vrijstelling toegepast om na te gaan of kinderen nog fiscaal ten laste van hun ouders zijn?
06.02 Minister Didier Reynders:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw van Gool, het is de toepassing van de wetgeving. Ik kan in antwoord op uw eerste vraag het volgende meedelen. De vergoedingen van de vrijwilligers van de openbare brandweerkorpsen zijn krachtens artikel 38,§ 1, lid 12 van het Wetboek van Inkomstenbelasting uit 1992 van belasting vrijgesteld voor een bedrag van 1.500 euro. Dit bedrag wordt overeenkomstig artikel 178 §3, 2 van hetzelfde wetboek jaarlijks geïndexeerd. De vrijstelling bedraagt voor het aanslagjaar 2004 - inkomsten 2003 - bijgevolg 1.800. De tweede vraag strekt er blijkbaar toe om te vernemen of de vergoedingen die worden verkregen door vrijwilligers van de openbare brandweerkorpsen bestaansmiddelen zijn in de zin van artikel 136 van het Wetboek van Inkomstenbelasting uit 1992. Dit dient om uit te maken of die vrijwilligers als personen ten laste kunnen worden aangemerkt. Aangezien die vergoedingen niet vermeld zijn in de uitzondering waarvan sprake is in artikel 143 van hetzelfde wetboek, moeten zij in aanmerking worden genomen voor de vaststelling van het netto-bedrag van de bestaansmiddelen. Dat is een klaar en duidelijk antwoord op de twee vragen.
06.03 Greet van Gool (sp.a-spirit):
Mijnheer de voorzitter, ik denk dat er misschien toch wel een probleem is. Er zijn immers een aantal kinderen die bij hun ouders wonen en de taak van vrijwillige brandweerman opnemen. Blijkbaar worden de ouders dan gesanctioneerd omdat de kinderen bepaalde vergoedingen krijgen. Is het dan niet mogelijk om die vrijstelling daar eventueel wel toe te passen zodat de ouders niet gestraft worden? De vraag was vooral of er een mogelijkheid is om dat ook daar toe te passen.
06.04 Minister Didier Reynders:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw van Gool, er zijn steeds vragen om minder belasting te betalen. Ik heb steeds gezegd dat ik bereid ben om verder te gaan. Na een eerste fiscale hervorming is het misschien nuttig om een tweede fiscale hervorming door te voeren. Ik moet echter nog een meerderheid vinden om dat te doen.

Referentie

Bovenstaande tekst is een uittreksel uit het Integraal Verslag (CRIV) van commissievergadering (COM) 046 tijdens zittingsperiode 51. Deze verwijzingen kun je gebruiken om de volledige teksten te raadplegen op de website van De Kamer. Onder de kop "Commissies" volg je de verwijzing "Bespreking van interpellaties en vragen". Daar aangekomen kun je kiezen of je het integraal verslag of het beknopt verslag wilt lezen. Dan zoek je de commissievergadering met nummer 046, en daarin ga je naar vraag nummer 06.

Labels en certificaten

Valid XHTML 1.0! Correct CSS!

wegwijzer