Logo Greet van Gool
mondelinge vraag   
CRIV 51 COM 044 NR. 475 - 2003.11.05 «

COMMISSIE VOOR DE SOCIALE ZAKEN

02 Vraag van mevrouw Greet van Gool aan de staatssecretaris voor Arbeidsorganisatie en Welzijn op het werk, toegevoegd aan de minister van Werk en Pensioenen over "de veiligheid van werknemers in de (petro)chemische en petroleumbedrijven" (nr. 475)
02.01 Greet van Gool (sp.a-spirit):
Mevrouw de staatssecretaris, op 20 oktober heeft het ABVV regio Antwerpen actie gevoerd voor meer veiligheid in de petrochemische bedrijven en petroleumbedrijven in Antwerpen. Die actie had vooral tot doel de werknemers te informeren over hun veiligheid, maar er is ook gewezen op een aantal knelpunten, zoals het gebrek aan correct cijfermateriaal omdat werkgevers enkel verplicht zijn cijfers over de arbeidsongevallen bij te houden over de eigen werknemers, niet over de werknemers van onderaannemers noch over uitzendkrachten. Een ander knelpunt is de afwezigheid van extra veiligheidsmaatregelen voor werknemers van onderaannemers en voor uitzendkrachten die in aanraking komen met gevaarlijke stoffen. Een derde knelpunt is het gebrek aan gestructureerd overleg tussen de veiligheidsverantwoordelijke en de leden van het comité voor preventie, bescherming en welzijn. Een vierde knelpunt is het gebrek aan gelijkvormigheid in de veiligheidsprocedures van de verschillende ondernemingen. U hebt die knelpunten ook bezorgd gekregen. Graag vernam ik van u wat u met betrekking tot die verschillende domeinen zult ondernemen om daadwerkelijk tot meer veiligheid te komen in de betrokken sectoren.
02.02 Staatssecretaris Kathleen Van Brempt:
Mevrouw Van Gool, zoals u weet heb ik dezelfde dag de vakbond ontvangen in Antwerpen samen met een aantal mensen van mijn inspectiedienst. Ik vind het belangrijk om te benadrukken dat de mensen van de inspectiedienst erbij waren om mee te luisteren. De bedoeling van dat onderhoud was vooral te luisteren naar een aantal bekommernissen en een aantal pistes al enigszins te exploreren. Dat wil ik ook naar aanleiding van uw vragen even doen omdat ik zelf nog niet helemaal weet welke weg wij het beste opgaan. Ik wil u absoluut danken voor de vraag, want het is belangrijk om daarover een goed debat te kunnen opstarten. Ten eerste, wat de cijfers betreft klopt het dat de werkgever eigenlijk alleen cijfers heeft van de arbeidsongevallen van de eigen werknemers. Tenzij hij het zelf organiseert, op vrijwillige basis, heeft hij geen zicht op de cijfers van de onderaannemers. Ik vind dat we een piste moeten zoeken om dit verbeteren. We moeten nagaan of we verder kunnen gaan en dit zelfs deels kunnen verplichten. Ik plaats hier uitdrukkelijk een vraag bij omdat er ook een aantal nadelen aan verbonden is. We moeten heel erg oppassen dat we niet iets gaan opleggen dat eigenlijk weinig effect heeft. Het klopt dat dit bijzonder interessant zou zijn als men spreekt over grote bedrijven met veel onderaannemers en grote opdrachten. Ik verwijs dan heel specifiek naar de shut downs van bedrijven, waar ook de actie over ging. Men legt een heel bedrijf plat voor een onderhoud van weken. Men kan dan nagaan wat er in die weken gebeurt, welke ongevallen er zijn, wat de gevaarlijke situaties zijn en welke soorten ongevallen zich voordoen. Dat zou bijzonder interessant zijn. Ik heb er echter vragen bij om dit op te leggen aan de hele sector en voor alles wat te maken heeft met onderaanneming. Een werk in onderaanneming kan immers ook maar één dag duren en het kan zijn dat men pas de week daarop merkt dat men ergens last van heeft. Dat moeten we eens goed bekijken. Wat ik wel absoluut wens te doen - dat staat ook in de beleidsbrief - is het probleem van de statistieken over arbeidsongevallen in zijn geheel onder de loep nemen. Ik heb tot scha en schande ontdekt dat dit niet zo goed zit en dat wij eigenlijk geen goede cijfers hebben over arbeidsongevallen, evoluties en oorzaken. Dit lijkt mij nochtans belangrijk als wij wat dat betreft een goed en doordacht beleid willen voeren. Uw tweede vraag gaat over extra veiligheidsmaatregelen voor onderaannemers en uitzendkrachten. Uitzendkrachten nemen eigenlijk een hele bijzondere plaats in het arbeidsmarktgebeuren in, ook als het gaat over arbeidsveiligheid. Een aantal dingen mogen interim-arbeiders absoluut niet doen, zoals het werken met zeer gevaarlijke stoffen en dergelijke meer. Dit geldt uiteraard niet voor een onderaannemer. De wet beschermt iedereen op een gelijke manier, ongeacht of het nu gaat over een arbeider in het opdrachtgevende bedrijf, of een arbeider in onderaanneming. Wat wel een probleem is, zijn natuurlijk de feiten. Ik kan wettelijk niet onmiddellijk een initiatief nemen omdat het op dat vlak wel goed zit, maar er is wel een probleem in de feiten. Op de korte termijn dat ik mij verdiept heb in arbeidsveiligheid op de werkvloer gecombineerd met de inspectiediensten, is mij duidelijk geworden dat er op papier wel heel veel veiligheid is, maar dat die niet wordt waargemaakt op de werkvloer. Heel concreet betekent dit voor de onderaanneming dat wel een heel groot dossier wordt afgeleverd aan de onderaannemer waarin op de gevaren wordt gewezen, maar de betrokkenen lezen die dossiers eigenlijk niet. De externe preventiediensten, noch de veiligheidschef van het bedrijf zelf lezen deze dossiers. Ik denk dat we beter werken met expliciete sensibilisering en interne opleiding bij de onderaannemers dan wel te werken met omvangrijke documenten en grote vereisten. Het klopt dat er een gebrek is aan overleg tussen veiligheidsverantwoordelijken en onderaannemers en tussen het comité van de onderaannemers en het comité van het moederbedrijf. Ik zal nagaan of ik op dat vlak een wettelijk initiatief kan nemen. De correcte toepassing van de wetgeving kan worden geregeld door de Koning. Het is mogelijk dat ik terzake een uitvoeringsbesluit zal opstellen. Ik zeg dit in de voorwaardelijke vorm, want we moeten ons wel realiseren dat onderaanneming een evolutie is op de arbeidsmarkt die nog zal toenemen zelfs al is het de laatste jaren al sterk toegenomen. Het is dan ook echt wel de moeite waard om dit apart te benaderen en te bekijken welke initiatieven terzake kunnen worden genomen. Ik wil de inspectiediensten een opdracht geven om op vrij korte termijn een initiatief te ontwikkelen voor een pilootproject rond inspectie naar shut downs en onderaanneming in Antwerpen omdat het daar op dit moment het meeste aanwezig is. Op basis van dat pilootproject zou ik een evaluatie willen maken zodat ik kan afwegen of ik een wetgevend initiatief moet nemen om artikel 8 van de wet uit te voeren. Hetzelfde geldt voor de vraag over de eenvormige veiligheidsprocedures. Ik denk dat die problematiek vrij gediversifieerd moet worden bekeken. Dat er geen eenvormige veiligheidsprocedures zijn is gewoon een gevolg van de wet. De wet is een resultaatverbintenissenwet en geen middelenwet. Er staat daarin niet expliciet een hele afspraak over hoe een procedure moet lopen. Er staan echter wel resultaten in. Dat maakt dat het varieert van bedrijf tot bedrijf. Ik sta daar ook achter. Dat betekent wel dat we, zeker ten opzichte van het werken met gevaarlijke stoffen en dergelijke meer, misschien toch moeten kijken of we daar niet een stap verder moeten gaan en toch nog een aantal uitvoeringen moeten geven aan de wet. Er zijn misschien nog iets te veel vragen en het antwoord is misschien niet concreet genoeg. Sta me echter toe om dat te doen op basis van een pilootproject dat ik wil starten inzake shut downs en onderaanneming. Daarna wil ik naar het Parlement komen met een aantal heel expliciete oplossingen. Ik laat nog even open of het een uitvoeringsbesluit op de wet zal zijn of veeleer op het vlak van sensibilisatie en meer gerichte inspecties zal liggen. Ik ben in elk geval absoluut van plan om daarop een duidelijk antwoord te formuleren.
02.03 Greet van Gool (sp.a-spirit):
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, ik vind dat het goed is om eerst aan onderzoek te doen. Ik kan begrijpen dat u wil onderzoeken wat de knelpunten zijn en op welke manier daarvoor een oplossing kan gevonden worden. Het is juist dat men beter maatregelen kan nemen die ook uitvoerbaar zijn op de werkvloer dan gewoon wetten op te leggen. Ik ben in elk geval blij dat u aandacht wil besteden aan het probleem. Ik hoop dat wij hier in de commissie dan ook verder op de hoogte zullen gehouden worden van uw plannen.

Referentie

Bovenstaande tekst is een uittreksel uit het Integraal Verslag (CRIV) van commissievergadering (COM) 044 tijdens zittingsperiode 51. Deze verwijzingen kun je gebruiken om de volledige teksten te raadplegen op de website van De Kamer. Onder de kop "Commissies" volg je de verwijzing "Bespreking van interpellaties en vragen". Daar aangekomen kun je kiezen of je het integraal verslag of het beknopt verslag wilt lezen. Dan zoek je de commissievergadering met nummer 044, en daarin ga je naar vraag nummer 02.

Labels en certificaten

Valid XHTML 1.0! Correct CSS!

wegwijzer