mondelinge vraag
CRIV 51 COM 322 NR. 3340 - 2004.07.06 «
dieptepeil
COMMISSIE BEDRIJFSLEVEN
10 Vraag van Greet van Gool tot de minister van Middenstand en Landbouw over "de cumulatie van een pensioen als zelfstandige met een Nederlandse arbeidsongeschiktheidsuitkering" (nr. 3340)
- 05.01 Greet van Gool (sp.a-spirit):
- Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, ik heb u al een paar maal ondervraagd over de weerslag van het genot van een Nederlandse arbeidsongeschiktheidsuitkering op het overlevingspensioen als zelfstandige. Er bestaat een verschil tussen de regeling voor werknemers en de regeling voor zelfstandigen. In de regeling voor werknemers wordt een WAO-uitkering beschouwd als een rustpensioen zodat er geen beletsel bestaat voor het uitbetalen van het overlevingspensioen als werknemer. In de regeling voor zelfstandigen daarentegen wordt de WAO-uitkering beschouwd als een vervangingsinkomen zodat er wel een beletsel is voor de uitbetaling van het overleveringspensioen als zelfstandige. U hebt toegezegd dat er een gelijkaardige bepaling zou komen in de regeling voor zelfstandigen als degene die bestaat in de regeling voor werknemers. Graag vernam ik hoever het met die aangekondigde wijziging staat.
- 05.02 Minister Sabine Laruelle:
- Mijnheer de voorzitter, ik deelde bij een eerdere gelegenheid reeds mee dat het wat betreft de weerslag van het genot van een Nederlandse arbeidsongeschiktheidsuitkering op het overlevingspensioen als zelfstandige, in mijn bedoeling ligt om een gelijkaardige bepaling op te nemen als deze die al bestaat voor werknemers. Ik belastte mijn administratie met de redactie van een ontwerptekst en gaf het actuariaat van het bestuur van het sociaal statuut de opdracht een gespreide berekening uit te voeren. Het actuariaat van het bestuur van het sociaal statuut der zelfstandigen deelt mee dat de kostprijs voor een eerste jaar ongeveer 168.000 euro zou bedragen. Na tien jaar zou de kostprijs ongeveer 1,5 miljoen euro bedragen om na 35 jaar op 2.640.000 euro op jaarbasis te belanden. Voor het eerste jaar zijn er vijftig dossiers, voor het tweede jaar 99 dossiers en voor het derde jaar 147 dossiers. Dat kost dus meer en meer tot 35 jaar. Ik leg dit dossier thans voor aan de bevoegde inspecteur van Financiën en aan mijn collega van Begroting om de budgettaire impact na te gaan.
- 05.03 Greet van Gool (sp.a-spirit):
- Mevrouw de minister, als ik het goed begrijp is het nog steeds uw bedoeling om een gelijkaardige regel in te voeren. Het valt af te wachten of de budgettaire kost ervan haalbaar en draagbaar is.
- 05.04 Minister Sabine Laruelle:
- Het kost meer dan ik dacht en dus moet ik het advies van de inspecteur van Financiën en van mijn collega van Begroting inwinnen om na te gaan of het mogelijk is of niet.
Referentie
Bovenstaande tekst is een uittreksel uit het Integraal Verslag (CRIV) van commissievergadering (COM) 322 tijdens zittingsperiode 51. Deze verwijzingen kun je gebruiken om de volledige teksten te raadplegen op de website van De Kamer. Onder de kop "Commissies" volg je de verwijzing "Bespreking van interpellaties en vragen". Daar aangekomen kun je kiezen of je het integraal verslag of het beknopt verslag wilt lezen. Dan zoek je de commissievergadering met nummer 322, en daarin ga je naar vraag nummer 10.
Labels en certificaten