Logo Greet van Gool
mondelinge vraag   
CRIV 51 COM 027 NR. 327 - 2003.10.21 «

COMMISSIE VOOR DE VOLKSGEZONDHEID, HET LEEFMILIEU EN DE MAATSCHAPPELIJKE HERNIEUWING

01 Samengevoegde vragen van
01.01 Guy Hove (VLD):
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, goedemorgen en aangename kennismaking. Mijn vraag gaat over steun aan minderjarige illegalen. U weet ongetwijfeld dat het Arbitragehof op 22 juli 2003 een arrest heeft geveld dat bepaalt dat illegale minderjarigen onder bepaalde voorwaarden recht hebben op steunverlening van de OCMW's. Hun ouders hebben echter enkel recht op dringende medische hulp. Het Arbitragehof maakt met betrekking tot de steunverlening een duidelijk onderscheid tussen enerzijds het recht van de ouders en anderzijds het recht van de minderjarige kinderen. Zoals ik reeds zei hebben de ouders enkel recht op dringende medische hulp. Zij kunnen de behoeftigheid van hun kind niet inroepen om zelf op steunverlening een beroep te doen anders zou er volgens het Hof een niet te verantwoorden ongelijke behandeling ontstaan tussen illegale vreemdelingen met en illegale vreemdelingen zonder kinderen. Het Hof heeft verder ook bevestigd dat de beperking van het recht op steunverlening van de ouders tot dringende medische hulp verantwoord is in het kader van het gevoerde uitwijzingsbeleid. Het recht op steunverlening ook volledig ontzeggen aan de kinderen is volgens het hof onverantwoord wanneer deze kinderen daardoor moeten leven in omstandigheden die schadelijk zijn voor hun gezondheid en hun ontwikkeling terwijl het gevaar dat de ouders van de steunverlening zouden kunnen genieten, vermeden kan worden. Het Hof stelt drie voorwaarden voor steunverlening aan die kinderen. Ten eerste, de ouders komen hun onderhoudsplicht niet na of zijn niet in staat die na te komen. Ten tweede, het staat vast dat de aanvraag betrekking heeft op onontbeerlijke uitgaven voor de ontwikkeling van het kind ten voordele van wie de steunverlening werd aangevraagd. Ten derde, het OCMW vergewist zich ervan dat de steunverlening uitsluitend zal dienen om die uitgaven te dekken. In de praktijk blijkt dat die voorwaarden bijzonder moeilijk toe te passen zijn en zeker moeilijk te controleren zijn. Ik geef ter illustratie maar een voorbeeld. Hoe kan een OCMW een minderjarige huisvesten zonder dat de ouders daar mee van genieten? Het is duidelijk dat de toepassing van dit arrest in de praktijk quasi onmogelijk is en dat het OCMW met extra kosten zal worden geconfronteerd. U zou intussen hebben verklaard - ik kan de bron niet achterhalen - dat u deze kosten op u zou nemen op voorwaarde dat ze een beslissing zijn van de arbeidsrechtbank. Met andere woorden, u zegt aan de OCMW's dat zij de procedure moeten afwachten en indien zij veroordeeld worden, is het ministerie bereid deze kosten terug te betalen. In het verleden hebben wij al vastgesteld dat vele arbeidsrechters verder gingen dan bepaalde arresten van het Arbitragehof. Heel wat arbeidsrechters veroordelen OCMW's tot verlenen van steun. Een vonnis van de arbeidsrechtbank van Nijvel doet allicht vermoeden dat vele rechters deze lijn zullen blijven aanhouden. In dat vonnis stelt de rechter immers dat moeder en kinderen niet gescheiden kunnen worden. Wanneer de moeder dan meegeniet van de huisvesting, wat uiteraard onvermijdelijk is, dient dit volgens het vonnis niet beschouwd te worden als misbruik van de dienstverlening. Mevrouw de minister, welke criteria zult u hanteren inzake het toekennen van maatschappelijke dienstverlening aan minderjarige illegalen? Mijn persoonlijke voorkeur gaat nog altijd uit naar een wettelijke regeling. Ten tweede, indien u eerst een veroordeling van de arbeidsrechtbank wenst af te wachten, betekent dit dan dat alle gemaakte kosten door de federale overheid zullen ten lasten worden genomen? Ik hoef daar geen tekening bij te maken, maar een procedure voor de arbeidsrechtbank kost geld. Wettelijk worden de OCMW's altijd tot die kosten veroordeeld. Vandaar deze vraag.
01.02 Greet van Gool (sp.a-spirit):
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, mijn vraag handelt over hetzelfde onderwerp. Artikel 57, paragraaf 2 van de OCMW-wet beperkt het recht op maatschappelijke dienstverlening van illegale vreemdelingen tot dringende medische hulp. Men maakt daarbij geen onderscheid tussen minderjarige en meerderjarige illegalen. Dit wil zeggen dat wettelijk meerderjarige, noch minderjarige illegalen recht hebben op enige financiële of materiële steun. In een arrest van 22 juli laatstleden stelt het Arbitragehof dat illegale minderjarigen recht hebben op een ruimere OCMW-steun dan enkel dringende medische hulp. Minderjarigen zonder papieren kunnen immers als alle andere minderjarigen de bescherming van het kinderrechtenverdrag inroepen. Het Hof koppelt enkele voorwaarden aan de steun, onder andere om zoveel mogelijk te vermijden dat er een ongelijke behandeling kan ontstaan tussen illegale vreemdelingen met kinderen en illegale zonder kinderen. Zo moet de steun worden verleend in de vorm van dienstverlening in natura of een tenlasteneming van de uitgaven aan derden. De dienstverlening mag bovendien de uitvoering van de maatregel inzake de uitwijzing van de ouders en hun kinderen niet beletten. Er zijn nog een aantal andere voorwaarden maar die werden door collega Hove al opgesomd waardoor ik ze niet hoef te herhalen. Zal de minister vanuit de regering een initiatief nemen om deze regels om te zetten in de wetgeving? Hoeveel minderjarige illegalen kunnen zich beroepen op dit arrest van het Arbitragehof? Op welke wijze zullen de nieuwe regels in de praktijk worden omgezet?
01.03 Minister Marie Arena:
In mijn antwoord zal ik eerst het wettelijk en vervolgens het kwantitatief aspect behandelen. Het arrest van het Arbitragehof van 22 juli 2003 is een antwoord op een prejudiciële vraag van de arbeidsrechtbank te Brussel en is bijgevolg enkel op deze rechtbank van toepassing. De andere gerechtelijke instanties kunnen het arrest echter gebruiken als een precedent om hetzelfde voor de andere OCMW's te vragen. We onderzoeken thans de situatie om na te gaan of er ter zake een wetgevend initiatief moet worden genomen. Ik vind dat er een eenduidige juridische grondslag moet komen zodat de OCMW's weten waar ze aan toe zijn. Er moet worden vermeden dat ze voortdurend naar de rechtbank moeten stappen. De procedurekosten zijn immers voor hun rekening en niet voor rekening van de Staat. We willen ze in elk geval niet doen stijgen. We zijn met dit dossier bezig. We moeten echter de nodige omzichtigheid aan de dag leggen want nieuwe bepalingen zouden een grote budgettaire weerslag kunnen hebben. De kinderen over wie u het had, moeten inderdaad geholpen worden, maar we moeten ook oog hebben voor de budgettaire aspecten van toegekende rechten. Bij gebrek aan een specifieke wetgeving kan het OCMW geen recht op maatschappelijke steun verlenen. Wanneer het OCMW door een arbeidsrechtbank of -hof veroordeeld wordt een minderjarige illegaal die steun te verlenen, moet het OCMW de overheid vragen de kosten terug te betalen. De overheid gaat dan na of de veroordeling kadert in de strikte toepassing van het arrest van het Arbitragehof. Zo niet wordt er in hoger beroep gegaan. De door het Arbitragehof vastgestelde criteria zijn immers zeer duidelijk, en mogen niet ruimer worden geïnterpreteerd. Wij moeten de beslissing van de rechtbank dan ook in dat kader analyseren. Bij het onderzoek van de aanvraag tot terugbetaling moet ook nagegaan worden of het geld diende om voor het kind absoluut noodzakelijke uitgaven te dekken. De terugbetaling gebeurt conform de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de sociale uitkering.
01.04 Guy Hove (VLD):
Mijnheer de voorzitter, ik dank de minister voor haar antwoord. Ik noteer in elk geval dat een wettelijke regeling in het vooruitzicht wordt gesteld. Ik kan dit enkel appreciëren en ik hoop dat dit dan ook op korte termijn zal worden geregeld. U begrijpt dat, naarmate dit arrest steeds meer bekend raakt, de kosten voor de OCMW's - vooral voor de belangrijke OCMW's - enorm oplopen wanneer zij telkens verplicht worden om te procederen. Ik betreur het dat u, enerzijds, zegt dat u geen autonoom recht hebt om te beslissen. Dit recht ontstaat pas wanneer u veroordeeld bent. U zet de OCMW's eigenlijk aan tot procederen terwijl u, anderzijds, zegt dat de kosten van de procedure voor de OCMW's niet gerecupereerd kunnen worden.
01.05 Greet van Gool (sp.a-spirit):
Mijnheer de voorzitter, ik wil ook de minister bedanken voor haar antwoord. Het lijkt mij van essentieel belang dat er een wettelijke basis komt voor de oplossing van het probleem omdat wij anders een ongelijkheid creëren tussen mensen die wel procederen en anderen.

Referentie

Bovenstaande tekst is een uittreksel uit het Integraal Verslag (CRIV) van commissievergadering (COM) 027 tijdens zittingsperiode 51. Deze verwijzingen kun je gebruiken om de volledige teksten te raadplegen op de website van De Kamer. Onder de kop "Commissies" volg je de verwijzing "Bespreking van interpellaties en vragen". Daar aangekomen kun je kiezen of je het integraal verslag of het beknopt verslag wilt lezen. Dan zoek je de commissievergadering met nummer 027, en daarin ga je naar vraag nummer 01.

Labels en certificaten

Valid XHTML 1.0! Correct CSS!

wegwijzer