Logo Greet van Gool
schriftelijke vraag «

Schriftelijke vraag van Greet van Gool aan de Staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Gezin en Personen met een handicap in verband met

de betaling van de uitkeringen aan personen met een handicap bij vrijheidsberoving.

Ingediend op 2004.03.24

Vraag:

Tegemoetkomingen aan personen met een handicap zijn niet betaalbaar wanneer de betrokkene in een gevangenis is opgesloten of opgenomen is in een instelling van sociaal verweer. Artikel 28 van het koninklijk besluit van 22 mei 2003 betreffende de procedure voor de behandeling van de dossiers inzake tegemoetkomingen aan personen met een handicap stelt immers: «De tegemoetkomingen worden niet uitbetaald voor de duur van hun gevangenschap of opsluiting aan de personen met een handicap die in gevangenissen zijn opgesloten of die in een instelling van sociaal verweer zijn opgenomen. De belanghebbenden mogen evenwel aanspraak maken op de tegemoetkomingen die betrekking hebben op de periode van hun voorlopige hechtenis op voorwaarde dat zij van het misdrijf dat tot die hechtenis aanleiding heeft gegeven bij een in kracht van gewijsde getreden gerechtelijke uitspraak werden vrijgesproken. Hetzelfde geldt voor de gevallen van buitenvervolgingstelling of van buitenzaakstelling.».

1. a) Bestaan er cijfergegevens over de schorsing van de tegemoetkoming in geval van vrijheidsberoving?

1. b) Van hoeveel personen is de tegemoetkoming op dit moment om die reden geschorst of verminderd?

2. a) Wat gebeurt er bij de invrijheidstelling?

2. b) Moet de betrokkene opnieuw een aanvraag indienen om zijn tegemoetkoming weer te laten uitbetalen of gebeurt de wederbetaling automatisch en ambtshalve?

Antwoord:

Ik heb de eer het geachte lid de volgende informatie mee te delen.

1. a) en

1. b) Er bestaan geen cijfergegevens over de opschorting van betaling van de tegemoetkomingen in geval van opsluiting in de gevangenis. Om het aantal betrokken personen te bekomen moeten de adressen van al de gevangenissen vergeleken worden met de adressen van de dossiers waarover een positieve beslissing genomen werd. Het is dus noodzakelijk een nieuw informaticaprogramma te ontwikkelen om deze gegevens te kunnen verzamelen. Ik heb dan ook aan de administratie gevraagd dit programma te creëren.

2. a) De uitbetaling van de tegemoetkomingen wordt inderdaad opgeschort wanneer de persoon met een handicap opgesloten is in een gevangenis of in een instelling tot bescherming van de maatschappij. Er moet echter wel een subtiel onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende regelingen van invrijheidsstelling. Verschillende maatregelen gelden voor het ontslag uit de gevangenis. 1. De voorwaardelijke invrijheidsstelling Personen die tot een gevangenisstraf zijn veroordeeld kunnen voorwaardelijk in vrijheid worden gesteld indien de voorwaarden bepaald in de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen bij de wet van 1 juli 1964, vervuld zijn. De voorwaardelijke invrijheidsstelling heeft plaats tot de definitieve invrijheidstelling of tot de herroeping. In dit geval mag men ervan uitgaan dat de betrokken persoon niet langer is opgesloten en mogen de tegemoetkomingen opnieuw worden uitbetaald. 2. De beperkte vrijheid met het oog op reclassering Voor een vlottere reclassering van de veroordeelde, kan worden toegestaan dat hij de gevangenis overdag mag verlaten, om deel te nemen aan een vormingsactiviteit, om een therapeutisch programma te volgen, om een beroepsactiviteit uit te oefenen, ... Deze maatregel kan slechts toegestaan worden maximum 6 maanden vóór de datum waarop een voorwaardelijke invrijheidstelling mogelijk is. In de huidige stand van de wetgeving betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, wordt de betrokken persoon als een gedetineerde beschouwd aangezien hij iedere avond de nacht in de gevangenis doorbrengt. Hij verblijft dus in de gevangenis. De uitbetaling van de tegemoetkomingen moet bijgevolg worden opgeschort.

3. Het penitentiair verlof Het betreft een toestemming verleend aan bepaalde veroordeelde personen om de gevangenis te verlaten gedurende een periode van een tot drie dagen, in het kader van een individuele behandeling met welbepaalde criteria en een uitvoeringsplan. De veroordeelde kan een penitentiair verlof bekomen 6 maanden vóór de datum waarop een voorwaardelijke invrijheidstelling mogelijk is. Volgens de inlichtingen bekomen bij de federale overheidsdienst Justitie is het aantal penitentiaire verlofdagen beperkt tot maximum 6 dagen per trimester. De betrokken persoon ontvangt geen uitgaansgeld van de gevangenisinrichting, maar kan beschikken over geldsommen die op zijn persoonlijke bezittingen worden aangerekend. Gedurende zijn verlof is de persoon dus niet fysiek opgesloten. Bovendien preciseert de omzendbrief van 30 april 1976 dat het penitentiair verlof een strafonderbreking is. In de huidige stand van de wetgeving kan een tegemoetkoming echter moeilijk worden uitbetaald voor deze periode. De tegemoetkoming wordt immers pas opnieuw uitbetaald op de eerste van de maand die volgt op het ontslag uit de gevangenis en ze wordt op jaarbasis berekend zodat het de facto niet mogelijk is om tegemoetkomingen voor dergelijke korte periodes uit te betalen.

4. Het elektronisch toezicht Sinds 1 april 1998 loopt een proefproject voor elektronisch toezicht. Volgens de omzendbrief van 27 november 1998 is het elektronisch toezicht een vorm van uitvoering van een vrijheidsbenemende straf en houdt dus voor de veroordeelde in dat hij zich niet vrij kan verplaatsen. Er bestaan twee systemen: het systeem met de enkelband en het systeem door middel van stemherkenning. Personen veroordeeld tot een definitieve gevangenisstraf en die maximum binnen 6 maanden in voorlopige vrijheid kunnen worden gesteld, in voorwaardelijke vrijheid kunnen worden gesteld of hun straf zullen uitgezeten hebben, kunnen van deze maatregel genieten. De gecontroleerde personen moeten bijdragen in de kosten van het systeem maar kunnen worden vrijgesteld van de betaling van de bijdrage en van de waarborg indien hun financiële middelen ontoereikend zijn. De periode van elektronisch toezicht loopt ten einde, ofwel bij de invrijheidstelling van de betrokken persoon, ofwel indien de veroordeelde opnieuw in hechtenis moet worden genomen. Op 16 oktober 2002 heeft de raad van ministers, op voorstel van de minister van Justitie en van de minister van Maatschappelijke Integratie, beslist dagelijks een forfaitair bedrag toe te kennen aan de personen die onder het regime van vrijheidsberoving met de elektronische enkelband vallen en die niet over voldoende bestaansmiddelen beschikken. Uit overleg tussen de Directie-generaal Personen met een handicap en het Nationaal Centrum Elektronisch Toezicht blijkt dat dit bedrag slechts uitbetaald wordt als de gevangene niet over inkomsten beschikt boven bepaalde grenzen. Naar het schijnt worden de tegemoetkomingen aan personen met een handicap als inkomsten beschouwd. Naast dit argument komt nog bij dat de FOD Justitie de persoon die onder deze vorm van opsluiting valt niet meer als gevangene beschouwt. Als we deze redenering doortrekken naar het stelsel van de tegemoetkomingen aan personen met een handicap dan moet dit leiden tot het opnieuw uitbetalen van de tegemoetkomingen. Dit omdat de voorwaarde van schorsing, namelijk de opsluiting beoogd in artikel 12 van de wet van 27 februari 1987, niet langer vervuld is. De door mij meegedeelde informatie zal later schriftelijk bevestigd worden: mijn administratie heeft een vraag in die zin gestuurd naar het Nationaal Centrum Elektronisch Toezicht. Het systeem van invrijheidstelling is ook anders in het kader van de bescherming van de maatschappij. 1. De invrijheidstelling op proef of de definitieve invrijheidstelling Volgens artikel 18 van de wet van 1 juli 1964 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten, gewijzigd bij de wet van 5 maart 1998, kan de Commissie tot bescherming van de maatschappij, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de procureur des Konings, van de geïnterneerde of van zijn advocaat, gelasten dat de geïnterneerde voorgoed of op proef in vrijheid zal worden gesteld, wanneer zijn geestestoestand voldoende verbeterd is en de voorwaarden voor zijn reclassering vervuld zijn. Wordt de invrijheidstelling op proef gelast, dan wordt de geïnterneerde onderworpen aan een sociaal-geneeskundige voogdij; in de beslissing tot vrijheidstelling wordt bepaald hoelang en op welke wijze deze voogdij zal worden uitgeoefend. Is in de gedragingen of de geestestoestand van de invrijheidgestelde een gevaar voor de maatschappij waarneembaar, met name wanneer hij de hem opgelegde voorwaarden niet in acht neemt, dan kan hij op vordering van de procureur des Konings, opnieuw in een psychiatrische afdeling worden opgenomen en vervolgens opnieuw geïnterneerd. In geval van invrijheidstelling op proef moet de betrokken persoon niet meer beschouwd worden als een geïnterneerde en kan de tegemoetkoming opnieuw worden uitbetaald. Hetzelfde geldt a fortiori in geval van definitieve invrijheidstelling. 2. «Officieuze» verloven van lange duur Hoewel er geen enkele wettelijke of reglementaire basis voor dit systeem bestaat, kunnen geïnterneerde personen langdurig verlof genieten. Deze verloven werden ingesteld om na te gaan of de betrokken persoon later in vrijheid op proef kan worden gesteld. In tegenstelling tot de invrijheidstelling op proef kan de betrokken persoon, in geval van mislukking, dadelijk opnieuw geïnterneerd worden op basis van de beslissing van de Commissie tot bescherming van de maatschappij en niet op basis van de vordering van de procureur des Konings. Bovendien blijft hij medisch en sociaal afhankelijk van een verzorginginstelling. Volgens de informatie mogen de verloven twee dagen tot drie maanden bedragen en wordt ze regelmatig hernieuwd. De personen die deze maatregel genieten zijn niet ten laste van de federale overheidsdienst Justitie gedurende deze periode en moeten niet meer worden beschouwd als geïnterneerd in de zin van de strafwetgeving. In de huidige stand van de wetgeving is het moeilijk een tegemoetkoming te betalen voor langdurige verlofperioden. De tegemoetkoming wordt immers opnieuw uitbetaald op de eerste van de maand die volgt op het ontslag uit de instelling tot bescherming van de maatschappij en ze wordt op jaarbasis berekend. Er bestaat geen enkel statistisch gegeven over het aantal personen voor wie een opschorting van de uitbetaling geldt wegens opsluiting in een gevangenis of in een instelling tot bescherming van de maatschappij. 2. b) De betrokkene moet bij zijn vrijlating geen nieuwe aanvraag indienen. Eens de gevangene vrijkomt, neemt de dienst een beslissing tot hervatting van de uitbetaling, indien hij nog steeds voldoet aan alle administratieve voorwaarden.

Labels en certificaten

Valid XHTML 1.0! Correct CSS!

wegwijzer