Logo Greet van Gool
schriftelijke vraag «

Schriftelijke vraag van Greet van Gool aan de Minister van Werk en Pensioenen Pensioenen in verband met

de betaling van het pensioen en de werkloosheidsuitkering bij vrijheidsberoving.

Ingediend op 2004.03.24

Vraag:

Uitkeringen zijn meestal niet betaalbaar wanneer de betrokkene in een gevangenis is opgesloten of opgenomen werd in een instelling van sociaal verweer. Zo bepaalt artikel 67 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering: «De werkloze kan geen uitkeringen genieten gedurende een periode van vervullen van militieverplichtingen, van voorlopige hechtenis of vrijheidsberoving.» Voor het rust- en overlevingspensioen van werknemers geldt hetzelfde. Artikel 70 van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers stelt: «§ 1. De rust en overlevingspensioenen worden geschorst voor de duur van hun opsluiting ten aanzien van de gerechtigden die in de gevangenissen zijn opgesloten of de gerechtigden die in instellingen tot bescherming van de maatschappij zijn opgenomen. § 2. Het genot van hun pensioen kan hun nochtans worden behouden zolang zij geen ononderbroken opsluiting van twaalf maanden hebben ondergaan. § 3. De gerechtigden zullen aanspraak mogen maken op hun pensioen voor de duur van hun voorlopige hechtenis, op voorwaarde dat zij doen blijken dat zij van het misdrijf dat tot die hechtenis aanleiding heeft gegeven, bij een in kracht van gewijsde getreden gerechtelijke beslissing werden vrijgesproken. Hetzelfde geldt voor de gevallen van buitenvervolgingstelling of van buitenzaakstelling.» Gelijkaardige regeling geldt ook voor de inkomensgarantie voor ouderen. Artikel 43 van het koninklijk besluit van 23 mei 2001 tot instelling van een algemeen reglement betreffende de inkomensgarantie voor ouderen stelt: «De inkomensgarantie wordt niet uitbetaald voor de duur van hun gevangenschap of van hun opsluiting, aan de gerechtigden die in gevangenissen zijn opgesloten of die in een instelling van sociaal verweer zijn opgenomen. De gerechtigden mogen evenwel aanspraak maken op de inkomensgarantie die betrekking heeft op de periode van hun voorlopige hechtenis, op voorwaarde dat zij van het misdrijf dat tot die hechtenis aanleiding heeft gegeven, bij een in kracht van gewijsde getreden gerechtelijke beslissing werden vrijgesproken. Hetzelfde geldt voor de gevallen van buiten vervolgingstelling of van buitenzaakstelling.» Ook ten aanzien van de pensioenen in de openbare sector gelden bijzondere regels. Artikel 98 van het koninklijk besluit van 26 december 1938 betreffende de pensioenregeling van het gemeentepersoneel stelt: «Het recht op verkrijging of genot van de pensioenen wordt geschorst:

. a) Tijdens den duur van de hechtenis ondergaan ter uitvoering van een veroordeling hetzij tot een criminele straf, hetzij tot een gevangenisstraf van meer dan zes maanden of tot verscheidene correctionele hoofdgevangenisstraffen waarvan het totaal zes maanden overschrijdt; gedurende het tijdperk van schorsing hebben de kinderen recht op een pensioen alsof zij hele wezen waren;

. b) Ten aanzien van personen die, tot een criminele straf of correctionele gevangenisstraf veroordeeld, zich na veroordeling bij verstek niet ter beschikking van de rechter stellen of zich niet aangeven om de straf te ondergaan.» Artikel 49 van de algemene wet op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen van 21 juli 1844 bepaalt: «De veroordeling tot een criminele straf brengt ontneming van het pensioen of van het recht om het te verkrijgen mede; het pensioen kan hersteld of toegestaan worden bij begenadiging en zal hersteld worden bij rehabilitatie van de veroordeelde, dit alles zonder dat de vervallen pensioentermijnen kunnen worden nagevorderd. In de in het eerste lid bepaalde gevallen wordt aan de echtgenoot of de kinderen van de veroordeelde een pensioen uitgekeerd dat gelijk is aan het overlevingspensioen waarop zij aanspraak hadden kunnen maken indien de veroordeelde was overleden. Dat pensioen vervalt bij het overlijden van de veroordeelde of bij het herstel van zijn pensioen.»

1. a) Bestaan er cijfergegevens over de schorsing van de werkloosheidsuitkering, het pensioen en de inkomensgarantie voor ouderen ingeval van vrijheidsberoving?

1. b) Van hoeveel personen is de uitkering op dit moment om die reden geschorst?

2. a) Wat gebeurt er bij de invrijheidstelling?

2. b) Moet de betrokkene opnieuw een aanvraag indienen om zijn werkloosheidsvergoeding, zijn inkomensgarantie voor ouderen of zijn pensioen weer te laten uitbetalen of gebeurt de wederbetaling automatisch en ambtshalve?

Antwoord:

I. Uitkeringen betaald door de Rijksdienst voor pensioenen

1. Ik heb de eer het geachte lid de gevraagde cijfergegevens mee te delen voor de uitkeringen die betaald worden door de Rijksdienst voor pensioenen, met name de rust- en overlevingspensioenen voor werknemers en zelfstandigen, het gewaarborgd inkomen voor bejaarden en de inkomensgarantie voor ouderen. Onderstaande tabel geeft het aantal personen weer van wie de uitkering is geschorst of nooit is uitbetaald ingevolge hun opsluiting in een gevangenis of hun opname in een instelling van sociaal verweer. De cijfergegevens zijn opgesplitst volgens de taalrol van de betrokkene en de aard van de uitkering. Voor tabel zie bulletin blz. 4941 Momenteel zijn er dus 67 personen van wie de uitkering is geschorst of nooit is betaald als gevolg van hun vrijheidsberoving. Aan 7 gedetineerden wordt het pensioen uitbetaald, daar ze nog geen 12 maanden zijn opgesloten.

2. Bij zijn invrijheidstelling moet de gerechtigde geen aanvraag indienen om zijn uitkering opnieuw te ontvangen. Het volstaat dat hijzelf of de instelling waar hij verbleef een officieel attest van invrijheidstelling aan de Rijksdienst voor Pensioenen bezorgt. De betaling van de uitkering(en) wordt hervat vanaf de 1ste van de maand volgend op de invrijheidstelling. II. Uitkeringen betaald door de administratie der Pensioenen 1. De administratie der Pensioenen beschikt over geen enkel cijfergegeven met betrekking tot de schorsing van het pensioen in geval van vrijheidsberoving. In de openbare sector blijft het pensioen uitbetaald tijdens de periode van vrijheidsberoving indien de gepensioneerde veroordeeld wordt tot een correctionele straf. Enkel wanneer de titularis van een pensioen veroordeeld wordt tot een criminele straf, kan hij zijn pensioen verliezen of kan de betaling ervan worden geschorst. Daarentegen wordt de betaling van het supplement gewaarborgd minimum, gevoegd bij de normale berekening van het pensioen, tijdens de duur van de opsluiting geschorst, ongeacht de kwalificatie gegeven aan de straf. 2. Voor het opnieuw in betaling stellen van het pensioen of het supplement gewaarborgd minimum volstaat een brief van de gepensioneerde aan de administratie. Deze informeert zich op haar beurt bij de strafinrichting en het bevoegde hof of rechtbank, om te beslissen of het pensioen al dan niet opnieuw betaald kan worden. Zodra de toegang tot het Strafregister geautomatiseerd zal zijn, zal de administratie de nuttige inlichtingen daar kunnen bekomen.

Labels en certificaten

Valid XHTML 1.0! Correct CSS!

wegwijzer