
Schriftelijke vraag van Greet van Gool aan de Vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken in verband met
Ingediend op 2004.03.04
De introductie van de openbaarheid van bestuur in ons recht was een belangrijke stap vooruit in de relatie tussen de bestuurden en de administratieve overheden. Ingesteld als grondwettelijk principe door artikel 32 van de gecoördineerde Grondwet, wordt voor de federale administratieve overheden de openbaarheid van bestuur geregeld door de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur. Aan deze wet wordt onder andere door het koninklijk besluit van 30 augustus 1996 tot vaststelling van het bedrag van de vergoeding verschuldigd voor het ontvangen van een afschrift van een bestuursdocument uitvoering gegeven. De bedragen die in voornoemd koninklijk besluit van 30 augustus 1996 voor het verkrijgen van afschriften worden gehanteerd, zijn gematigd en alleszins van dien aard dat ze de openbaarheid niet belemmeren. Wanneer men echter kadastrale uittreksels wil verkrijgen, geldt niet bovenvermeld koninklijk besluit van 30 augustus 1996, maar wel het koninklijk besluit van 20 september 2002 tot vaststelling van de vergeldingen en de nadere regels voor de afgifte van kadastrale uittreksels en inlichtingen. In dat koninklijk besluit worden bedragen gehanteerd die vele malen hoger liggen en tot enkele tientallen euro's per kopie bedragen. Dat kan worden gezien als een feitelijke uitholling van het grondwettelijke recht op openbaarheid van bestuur.
1. Wat is uw standpunt hieromtrent en acht u het niet aangewezen om de kostprijs van een kopie voor alle administraties op een gelijke en redelijke wijze vast te leggen in plaats van afwijkende regelingen voor bepaalde administraties te treffen?
2. Deelt u het standpunt dat deze gelijkvormigheid bovendien meer doorzichtigheid met zich zou brengen voor de burgers?
1. Artikel 32 van de Grondwet bepaalt enkel dat de modaliteiten en de beperkingen op het recht van toegang tot bestuursdocumenten bij wet, decreet of ordonnantie kunnen opgelegd worden. Uit artikel 32 van de Grondwet kan bijgevolg niet afgeleid worden dat hieraan slechts door middel van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur en de wet van 12 november 1997 betreffende de openbaarheid van bestuur in de provincies en gemeenten kan voldaan worden. Het recht van toegang tot bepaalde bestuursdocumenten kan ook in andere wetgeving plaatsvinden voor zover die wetgeving voldoet aan de interpretatie die moet worden gegeven aan artikel 32 van de Grondwet. Het verkrijgen van een kadastraal uittreksel vindt niet zijn wettelijke grondslag in de wet van 11 april 1994 en de wet van 12 november 1997, maar wel in artikel 504 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen. Op grond van dit artikel werd in het koninklijk besluit van 20 september 2002 tot vaststelling van de vergoedingen en de nadere regels voor de afgifte van kadastrale uittreksels en inlichtingen uitgewerkt. Het is van belang erop te wijzen dat in dit koninklijk besluit zowel vergoedingen en modaliteiten zijn uitgewerkt die betrekking hebben op bestuursdocumenten als vergoedingen en modaliteiten die betrekking hebben op het verkrijgen van inlichtingen. De beperkingen met betrekking tot de vergoedingen die voortvloeien uit artikel 32 van de Grondwet gelden enkel ten aanzien van het verkrijgen van afschriften van bestuursdocumenten. Vergoedingen voor kopieën van bestuursdocumenten kunnen op grond van artikel 32 van de Grondwet slechts gevraagd worden voor zover ze niet hoger zijn dan de kosten die verbonden zijn aan het maken van een kopie. Het begrip kostprijs moet daarbij begrepen worden in de strikte zin van het woord (Parl. St., Senaat, BZ 1991-1992, nr. 49/2, 10). Personeelskosten vallen hier in principe niet onder, voor zover ze niet buitensporig zijn. Het buitensporige karakter mag wel haar oorsprong niet vinden in de slechte organisatie van de administratie. Het komt toe aan mijn collega van Financiën om na te gaan in welke mate het koninklijk besluit van 20 september 2002 voldoet aan het grondwettelijke beginsel.
2. Het is inderdaad wenselijk omwille van één van de doelstellingen die de grondwetgever op het oog had, namelijk de relatie tussen burger en bestuur te verbeteren, dat zoveel als mogelijk eenzelfde vergoedingsregeling voor bestuursdocumenten voor alle federale administraties van toepassing zou zijn. Gelijkvormigheid kan enkel maar de doorzichtigheid voor de burgers ten goede komen.