
Schriftelijke vraag van Greet van Gool aan de Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid Wetenschapsbeleid in verband met
Ingediend op 2004.01.14
Op 18 december 2003 kreeg de federale portaalsite www.belgium.be het blindsurferlabel. Dat is een toegankelijkheidslabel, waardoor personen met een visuele handicap weten of de website voor hen toegankelijk is. Die toegankelijkheid is belangrijk: voor blinden en slechtzienden is het internet een ideaal middel om informatie te verkrijgen. Criteria om het blindsurferlabel te krijgen zijn onder andere: het geven van tekstalternatieven bij grafische elementen, goede navigatiemogelijkheden, eenvoudige en overzichtelijke tabellen, vlot invulbare formulieren, enz. Als aan deze voorwaarden voldaan is, kunnen blinden en slechtzienden zonder problemen de informatie op een website raadplegen.
1. Kan u meedelen welke instellingen die onder uw bevoegdheid vallen aandacht besteden aan de toegankelijkheid van hun websites, hoeveel instellingen het blindsurferlabel intussen gekregen hebben, en welke stappen u zal ondernemen om de webtoegankelijkheid te vergroten?
2. Zo u in hoofde van uw functie een aparte website heeft, wordt daar ook aandacht besteed aan de toegankelijkheid?
Het geachte lid gelieve hierna het antwoord op haar vraag te vinden. Er zijn verscheidene sites waarop de verschillende onderdelen worden voorgesteld van de programmatorische overheidsdienst Wetenschapsbeleid die tot mijn bevoegdheid behoort. De toegankelijkheidsdrempel voor blinden en slechtzienden is voor alle sites echter niet dezelfde. Er werd rekening gehouden met de richtlijnen van Blindsurfer voor de nieuwe versie van de site van het federale Wetenschapsbeleid (www.belspo.be) die binnenkort klaar zal zijn. De ontwerpers zullen er, in de nieuwe versie, op toezien dat de pagina's uitsluitend eentalig zijn en dat er voor ieder niet tekstelement (grafiek, beeld, foto, logo, enz.) een tekstalternatief wordt gegeven. Zij zullen er zorg voor dragen dat de gegevenstabellen niet te omvangrijk en ingewikkeld zijn en zij zullen vermijden dat kleurencodes worden gebruikt om de informatie toegankelijk te maken. Zij zullen trachten om via een doordacht geheel van hyperlinks vlot surfen mogelijk te maken. Geen enkele hyperlink zal uitgaan van grafische elementen; ieder hyperlink zal een kenmerkende tekst bevatten en zich onderaan de pagina bevinden zodat naar andere hyperlinks bovenaan kan worden gegaan om vlugger toegang te krijgen zonder de menustructuur te moeten doorbladeren. Voor de lange pagina's zal er een inhoudsopgave van de secties zijn. Er zullen systematisch stijlpagina's worden gebruikt en «pop-upvensters» zullen worden uitgesloten. Er zal alleen van nieuwe vensters worden gebruikgemaakt om van site te veranderen. Speciale aandacht zal ook worden geschonken aan font en font size (italics zal worden vermeden) alsook aan het contrast tussen de kleuren van de tekst en die van de achtergrond van het scherm. De formulieren zullen nauwkeurig worden ontworpen om ze veldsgewijze te kunnen doorbladeren en aan ieder veld zal een legende zijn verbonden. De nieuwe site www.belspo.be zal ten slotte compatibel zijn met alle browsers. De volledige herziene site van het museum voor Midden-Afrika is sinds het begin van januari 2004 in zijn nieuwe versie op het web beschikbaar. Een van de doelstellingen die de ontwerpers dit jaar zullen nastreven is het inpassen van de richtlijnen van Blindsurfer en, in ruimere mate, van de aanbevelingen van het W3C (World Wide Web Consortium) om internetgebruikers met een visuele, auditieve, fysieke, cognitieve of neurologische handicap een betere toegankelijkheid te bieden. De directie en de informaticaploeg van het Koninklijk Belgisch Instituut voor natuurwetenschappen (KBIN) denken eraan een site te bouwen die toegankelijk is voor blinden en slechtzienden. Om in te spelen op het verzoek van de verschillende doelgroepen, zal deze site talrijke visuele afbeeldingen (grafieken, beelden, foto's, enz.) moeten bevatten, wat qua informatie-inhoud zeer complex is en onvermijdelijk veel meer zal kosten dan een louter nieuwe bijstelling van de site die geen rekening zou houden met internetgebruikers met een handicap. De behoeften van het KBIN zijn wel degelijk omschreven, maar er is nog altijd geen oplossing voor het probleem van de financiering van een dergelijke operatie. Hoewel de sites van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België al bepaalde algemene richtlijnen van het W3C hebben ingepast, beantwoorden zij nog altijd niet aan de meest dwingende criteria om het Blindsurferlabel te krijgen. In 2003 hadden de musea tevergeefs een verzoek tot sponsoring bij de Koning Boudewijnstichting ingediend, en meer bepaald bij het Swift Fonds dat tot doel heeft ieder jaar een idee of een project te bekronen dat, gebruikmakend van de nieuwe technologieën, bijdraagt tot het smeden of intensiveren van duurzame banden tussen groepen van individuen. De Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis beschikken op dit ogenblik niet over voldoende geld en mankracht om een overigens nogal elementaire internetsite aan te passen. De directie vindt dat dit jammer is, temeer daar de instelling tentoonstellingen voor blinden organiseert en het om het oudste «Blindenmuseum van Europa» gaat. De Koninklijke Bibliotheek van België past haar site helemaal aan en tracht daarbij, voor zover dat mogelijk is, de verschillende criteria in te passen die vereist zijn om het Blindsurferlabel te krijgen. Ook het Algemeen Rijksarchief en het Rijksarchief in de provinciën gaan hun site in 2004 grondig wijzigen. Voor zover dat technisch mogelijk is zullen zij zich daarbij conformeren aan de richtlijnen zoals die welke te vinden zijn op de portaalsite van Blindsurfer. De huidige sites beantwoorden op een aantal punten al aan de aanbevelingen van het W3C. De site van het studie- en documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij zal slechts op middellange termijn up-to-date worden gebracht en bijgevolg zal te gelegener tijd rekening worden gehouden met de toegankelijkheid ervan voor blinden en slechtzienden. De site van het Koninklijk Instituut voor het kunstpatrimonium is veeleer vlot toegankelijk, maar omdat de middelen ontbraken werd bij het ontwerpen ervan geen speciale aandacht geschonken aan specifieke categorieën van internetgebruikers. De Koninklijke Sterrenwacht van België (KSB) beschikt niet over de nodige middelen op menselijk, technisch en financieel vlak om een Blindsurfer-site te bouwen. De huidige site dient vooral om informatie uit te wisselen tussen de partijen die meedoen aan projecten waarvoor de KSB verantwoordelijk is en de activiteiten van de instelling onder de aandacht te brengen van «partners» of potentiële wetenschappelijke en/of industriële «klanten». Blinde of slechtziende internetgebruikers kunnen op de site van het Koninklijk Meteorologisch Instituut de tekstinformatie omzetten via de brailleleesregel. Door middel van een «ALT»-attribuut zijn, uitgezonderd foto's (satellietfoto's bijvoorbeeld), de meeste grafische gedeelten (wat bijvoorbeeld de weersvoorspellingen betreft) voorzien van een tekstalternatief. Ieder niet tekstueel onderdeel op de site van het Belgisch Instituut voor ruimte-aëronomie zal weldra, zonder uitzondering, een tekstalternatief hebben. De pagina's zijn qua presentatie tamelijk eenvoudig en surfen verloopt relatief gemakkelijk. Zelden wordt gebruikgemaakt van multimediasegmenten of multimediasequentie. Dankzij het unieke gebruik van kleuren is er geen gecodeerde informatie. Op iedere bladzijde verwijst een passende opmaakcode naar een van de drie gebruikte talen. Het Planetarium beschikt intern niet over de noodzakelijke kennis noch deskundigheid om zijn site naar de specifieke eisen van Blindsurfer te schikken. Het probleem van de toegankelijkheid van de sites van het federale Wetenschapsbeleid voor blinden en slechtzienden zal in zijn geheel worden aangekaart op de eerstvolgende bijeenkomst van de webmasters van de verschillende instellingen. Bij die gelegenheid zullen de «best practices» terzake worden uitgewisseld. Het opzet is om een gedeelte van de financiële en menselijke middelen die met name aan communicatie worden besteed, geleidelijk te bundelen om tot schaaleffecten te komen die de activiteiten van de verschillende onderdelen van het wetenschapsbeleid een grotere zichtbaarheid zullen bieden. Dankzij deze schaaleffecten zouden de sites ook beter moeten kunnen worden aangepast aan alle soorten van doelgroepen.