
Schriftelijke vraag van Greet van Gool aan de Staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Gezin en Personen met een handicap in verband met
Ingediend op 2003.11.21
In het kader van het aangepast vervoer voor personen met een handicap zijn er erkende vervoerdiensten, de zogenaamde «mindermobielencentrales», actief. Deze vervoerdiensten zorgen met aangepaste voertuigen, dikwijls busjes die geschikt zijn voor het vervoer van rolstoelgebruikers, voor het vervoer van deur tot deur. Ook de residentiële voorzieningen en dagopvangcentra beschikken over aangepaste voertuigen voor het transport van hun gasten, bijvoorbeeld voor een uitstap of verplaatsing naar een dienst buiten de campus. Momenteel is het zo dat deze bijzondere vervoermiddelen uitsluitend de voorrechten van het parkeren met een parkeerkaart voor personen met een handicap kunnen genieten als de passagiers zelf of minstens één van hen een parkeerkaart ter beschikking stellen. Deze werkwijze schept telkens weer problemen omdat de parkeerkaart van de passagiers meestal bij de ouders of de familie thuis bewaard wordt. De familie gebruikt zelf de parkeerkaart als de persoon met een handicap bij haar is. En ze gaat er, niet onlogisch, vanuit dat de voorzieningen en vervoercentrales eigen faciliteiten hebben om gebruik te maken van de voorbehouden parkeerplaatsen enz. Bovendien zijn niet alle personen met een handicap in staat om zelfstandig deze kaart bij zich te houden. Het risico van verlies of beschadiging zou te groot zijn. Toch is het, voor het goed verloop van het transport, meestal belangrijk dat de chauffeurs van deze aangepaste voertuigen gebruik kunnen maken van de faciliteiten van de parkeerkaart, bijvoorbeeld om vlakbij de plaats van bestemming te parkeren. Ook heeft dit vervoer recht op de parkeerkaartvoordelen. Daarom lijkt het aangewezen aan het bijzondere vervoermiddel zelf een parkeerkaart toe te kennen.
1. Kan de mogelijkheid gecreëerd worden voor erkende vervoersdiensten voor personen met een handicap en voor de erkende residentiële voorzieningen en dagopvangcentra met eigen vervoermiddelen om per voertuig over een specifieke parkeerkaart te beschikken, op voorwaarde dat er gerechtigden op de parkeerkaart mee vervoerd worden?
2. Kunnen er andere beleidsmaatregelen genomen worden om het parkeerprobleem van het aangepaste vervoer aan te pakken?
3. Op welke termijn denkt u dit probleem te kunnen oplossen?
De reglementering waarbij de personen aangeduid worden die de parkeerkaart voor personen met een handicap kunnen krijgen (ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende de parkeerkaart voor mensen met een handicap) voorziet enkel in een toekenning aan individuele, fysieke personen die beantwoorden aan een aantal medische voorwaarden. Deze kaart kan derhalve niet worden uitgereikt op naam van een instelling en ook niet aan een bepaald voertuig, ook al is dit voertuig eigendom van een gespecialiseerde vervoersdienst of van een organisatie van personen met een handicap. Het persoonlijk karakter van de parkeerkaart vloeit voort uit een Europese richtlijn. Niettemin mag zo een voertuig parkeren op een voorbehouden plaats, indien een persoon die titularis is van een parkeerkaart met dat voertuig vervoerd wordt. Bovendien is het zo dat er evenmin een probleem is om ook zonder een dergelijke kaart, personen in en uit te laten stappen. Enkel het parkeren zelf is immers verboden. Niettemin heb ik indruk dat er een aantal situaties zijn waarin het inderdaad nuttig zou kunnen zijn dat de voertuigen zelf over een parkeerkaart kunnen beschikken. Ik heb dan ook aan mijn administratie de opdracht gegeven te onderzoeken of er hiervoor een reglementaire basis kan gecreëerd worden. Natuurlijk moet dit kunnen passen binnen het Europees kader terzake. Ik verwacht een antwoord van mijn administratie in de loop van februari.