
Persmededeling 10 februari 2005
Pensioensparen kan op twee manieren. Via een pensioenspaarfonds (individuele of collectieve spaarverzekering) bij een financiële instelling, of via een spaarverzekering bij een verzekeringsmaatschappij.
In het geval van een pensioenspaarverzekering moet het verzekeringscontract aangegaan zijn ten bate van de belastingplichtige zelf, of - bij overlijden - ten bate van de echtgeno(o)t(e) of een bloedverwant tot en met de tweede graad2)
Anne-Marie Baeke: “Een alleenstaande zonder kinderen wiens ouders overleden zijn, beschikt dus niet over de mogelijkheid om voor de stortingen in het kader van een pensioenspaarverzekering een fiscaal voordeel te bekomen. Dat is niet meer van deze tijd.”
Voor pensioenspaarverzekeringen die dienen voor het weder samenstellen of het waarborgen van een hypothecaire lening van een woning, werd dit reeds aangepast. Via een nieuw wetsvoorstel doet Baeke nu ook hetzelfde voor pensioenspaarverzekeringen.
Persbericht 24 januari 2006
Door de rellen zitten er momenteel 7 Belgische havenarbeiders en 1 Nederlandse havenarbeider die in België woont, vast in een Franse cel. van Gool: “Volgens de minister werd de overlegprocedure met Frankrijk onmiddellijk opgestart en op de voet gevolgd, onder meer door de Consul-generaal te Straatsburg, de heer Ghislain. Die bracht op vrijdag 20 januari ook al een bezoek aan de Belgen om zich van de toestand te vergewissen.”
Onkelinx liet ook nog weten dat de groep van acht in dezelfde gevangenisafdeling zijn ondergebracht en dat ze dezelfde cellen delen. van Gool: “Ze kunnen samen eten, buiten een sigaret roken en mogen elke activiteit samen doen.”
Op woensdag 25 januari neemt de Consul-generaal contact op met hun advocaat, om voor ieder van hen de mogelijkheden te bespreken.
Wat het statuut van de havenarbeiders zelf betreft antwoordde minister van Werk Peter Vanvelthoven dat er op toegezien zal worden dat het huidige statuut gevrijwaard zal blijft.
Persbericht 18 januari 2006
Volgens het Wetboek voor Inkomstenbelasting moeten mensen die uitsluitend van een uitkering leven onder een bepaald maximum geen belastingen betalen. Dat maximum is afhankelijk van het soort uitkering. “Maar als je onderhoudsgeld krijgt, valt die regel weg en moet je plots wel belastingen betalen,” stelt van Gool vast, “met schrijnende toestanden tot gevolg.”
Dat dit geen marginaal verschijnsel is bewijzen de cijfers. Al wie uitsluitend van een pensioen leeft dat lager ligt dan 1.046 euro per maand, moet momenteel geen belastingen betalen. van Gool: “Dat betekent dat zowat twee derde van de gepensioneerde werknemers en bijna alle gepensioneerde zelfstandigen hieronder vallen. Als deze mensen onderhoudsgeld krijgen betalen zij vanaf nu belastingen, zelfs als hun pensioen de grens van 1.046 euro niet overschrijdt. Daar komt voor veel van deze mensen dan nog een hele papierwinkel bij, zodat je je afvraagt: wat hebben zij daarbij te winnen?”
Daarom heeft van Gool een wetsvoorstel ingediend dat er voor zorgt dat de belastingvrijstelling ook blijft gelden als je onderhoudsgeld ontvangt van (één van) je kinderen. Het maximumpensioen om van een vrijstelling te kunnen genieten blijft uiteraard wel bestaan. Greet van Gool: “Concreet betekent dit dat het onderhoudsgeld belastingvrij is, zolang de grens van 1.046 euro pensioen per maand niet overschreden wordt.”
Persbericht 05 januari 2006
In de werkloosheidsverzekering bestaat er momenteel de regeling dat men als alleenstaande werkloze zorg kan dragen voor gehandicapte (groot)ouders, zonder dat het bruto-inkomen van die personen ten laste negatieve gevolgen heeft voor de eigen werkloosheidsuitkering. Tenminste zolang die bruto-inkomsten een bepaalde grenswaarde niet overschrijden, namelijk 1.690,23 euro bruto per maand. Dus zolang de (groot)ouders geen inkomen hebben dat hoger ligt dan 1.690,23 euro per maand, blijf je beschikken over een werkloosheidsuitkering van alleenstaande met personen ten laste.
van Gool: “Recent werd een wetsvoorstel ingediend om dezelfde regeling en bedragen in te voeren wanneer men zorg draagt voor gehandicapte kinderen. Momenteel kan er beknibbeld worden op de werkloosheidsuitkering wanneer het totaal bedrag waarop ieder kind aanspraak kan maken 336,50 euro per maand overschrijdt. Het nieuwe wetsvoorstel zorgt er voor dat er niet meer geraakt wordt aan de uitkering wanneer het totale inkomensbedrag van de kinderen ten laste minder dan 1.690,23 euro bedraagt.”
Maar, voor mensen die niet leven van een werkloosheidsuitkering maar van een invaliditeitsuitkering, gelden deze hogere bedragen niet. Noch voor de (groot)ouders, noch voor de kinderen. Concreet: een invalide die zorg draagt voor een gehandicapt kind of een gehandicapte (groot)ouder, verliest (een deel van) zijn of haar uitkering sneller dan dat een werkloze dat doet. van Gool: “Wanneer men als invalide samenwoont met en zorgt voor een gehandicapt kind of een gehandicapte (groot)ouder heeft men het echter ook bijzonder moeilijk. Terwijl net dat soort mensen - mantelzorgers - broodnodig zijn. Zorgen voor elkaar is een medicijn tegen verschraling, verkilling en vereenzaming.”
Daarom heeft van Gool samen met collega’s Jan Peeters en David Geerts een wetsvoorstel ingediend dat de bedragen in de invaliditeitsverzekering optrekt. Er kan dus pas geraakt worden aan de invaliditeitsuitkering van de mantelzorger wanneer de bedragen die de gehandicapte kinderen of (groot)ouders ontvangen hoger liggen dan 1.690,23 euro per maand.
Persbericht 22 november 2005
Personen met een handicap willen net als iedereen betrokken zijn bij het maatschappelijke leven. van Gool: “Kleine aanpassingen aan infrastructuur, voorzieningen en mentaliteit zorgen ervoor dat deze mensen op dezelfde kunnen deelnemen aan ons sociale leven. Gezien de vergrijzing van onze maatschappij, worden meer en meer mensen beperkt in hun mobiliteit. Mobiel blijven is echter één van de primaire behoeften om te gaan winkelen, vrienden te bezoeken, te gaan werken, ….”
Doorheen de jaren is er al het één en ander gebeurd. van Gool: “Denken we maar aan de bussen van De Lijn die aangepast worden, de toegankelijkheid van de stations die verbeterd wordt, de aangepaste tarievenstructuur, de toegankelijkheid van overheidsbedrijven en de 4%-norm voor parkeerplaatsen. De oprichting van het Toegankelijkheidsbureau heeft bijgedragen tot de sensibilisering en informatieverspreiding tussen gebruikers en de dienstverlenende overheid.”
Voor de meeste Belgen blijft de auto het gemakkelijkste en belangrijkste vervoermiddel. Zo ook voor personen met een mobiliteitsbeperking. Het is voor hen echter moeilijk om een aangepaste parkeerplaats te vinden waar ze veilig kunnen in- en uitstappen. van Gool: “Soms hebben ze een rolstoel bij of hebben ze gewoon meer ruimte nodig om hun portier open te doen en dat kan enkel op de voorziene parkeerplaatsen. Momenteel is de richtlijn voor gemeenten en andere overheden om 4% van het aantal parkeerplaatsen te voorzien voor personen met een mobiliteitshandicap.”
In 2004 stelde de politie 2453 overtredingen vast tegen onrechtmatig gebruik van deze parkeerplaatsen. In 2003 bedroeg dit cijfer slechts 20. Een deel van de verklaring vinden we terug in het belang dat de nieuwe verkeerswet hechtte aan een strikt en correct parkeergedrag. Toch toont dit voor Greet van Gool duidelijk aan dat er een probleem is wat betreft parkeren voor minder mobielen.
van Gool: “De 4% norm zou moeten opgetrokken worden naar 6%, waarbij iedere parkeerplaats duidelijk gemarkeerd moet zijn met een blauwe kleur en een begeleidend bord. Verder wil ik aan de gemeenten vragen om in hun lokale veiligheidsplannen het parkeerbeleid en specifiek de inbreuken tegen minder mobiele parkeerplaatsen naar voor te schuiven als één van hun prioriteiten. Bovendien zijn er nog enkele gemeenten waar betaald moet worden voor deze parkeerplaatsen. Om uniformiteit na te streven, roep ik hen op om dit te laten vallen.”
Persbericht 13 oktober 2005
Op zaterdag 15 oktober is het opnieuw de internationale dag van de witte stok. Daarmee wil men aandacht vragen voor de problemen die mensen met een visuele handicap in het dagelijkse leven ondervinden. Naar aanleiding van deze dag wil Kamerlid Greet van Gool (sp·a) dat de regering een tandje bij steekt om de specifieke toestand van mensen met een visuele handicap te verbeteren. Zij ondervraagt daarover volgende week de bevoegde staatssecretaris Mevrouw Gisèle Mandaila.
Volgens van Gool is er nog heel wat werk te doen. “Zo kan er nog veel veranderen aan de toegankelijkheid van de federale websites voor blinden en slechtzienden, en in het bijzonder van de federale website www.handicap.fgov.be. Die website is immers niet alleen onduidelijk qua structuur, maar draagt evenmin het blindsurferlabel, wat toch het minste is wat men van deze website mag verwachten.”
Ook wat betreft de toegankelijkheid van banken en bankautomaten is er nog veel werk aan de winkel. van Gool: “In de schoot van de Nationale Hoge Raad voor personen met een handicap was een werkgroep opgericht die zich moest buigen over de problemen inzake toegankelijkheid. Maar die werkgroep heeft blijkbaar de werkzaamheden stilgelegd.”
Persbericht 5 oktober 2005
Deze week is het de week van de pleegzorg. Het is ook een jaar geleden dat een wetsvoorstel over verlof in de pleegzorg van Kamerlid Greet van Gool (sp·a) voor het eerst besproken werd in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Minister van Werkgelegenheid Freya Van den Bossche stond positief tegenover dit voorstel en liet vandaag weten dat een regeling in de maak is.
Momenteel bestaat er nog geen verlofstatuut voor pleegouders. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld adoptieouders. Toch is de opvang van een pleegkind vaak even ingrijpend als de opvang van een adoptiekind. van Gool: “Mijn voorstel pleitte voor twee soorten van pleegzorgverlof. Een eerste deel dat geopend wordt wanneer een gezin voor de eerste maal een persoon onthaalt in het kader van pleegzorg (een zgn. ‘opleidingskrediet’ van vijf dagen). Een tweede deel dat opgebouwd moet worden, waarbij er per schijf van zes maanden pleegzorg één verlofdag wordt toegekend (‘pleegzorgkrediet’). Deze dagen kunnen dan gebruikt worden wanneer het pleegkind ziek is bijvoorbeeld, of zijn of haar eerste communie doet.”
Minister Van den Bossche stond erg positief tegenover dit voorstel, en toonde zich bereid hier werk van te maken, uiteraard rekening houdend met de budgettaire toestand. We zijn nu een jaar verder en van Gool vroeg vandaag in de commissie Sociale Zaken wat de stand van zaken was in dit dossier. “En dat ziet er zeer goed uit. Minister Van den Bossche liet weten dat zij werkt aan een regeling waarbij pleegouders verlof om sociale redenen kunnen opnemen. Dat kunnen zij dan opnemen bij bijzondere gebeurtenissen die zich stellen in het kader van de pleegzorg, bijvoorbeeld bij bezoek aan de jeugdrechtbank. Voor de eigen ‘gewone’ kinderen kan men daarvoor vandaag al ‘klein verlet’ krijgen, voor pleegouders geldt dat niet. Daar zal verandering in komen.”
Dit verlof om sociale redenen is, naar analogie met het ‘klein verlet’, niet vergoed. ‘Maar’, voegt van Gool eraan toe: “ De minister liet duidelijk weten dat als er budgettaire ruimte vrijkomt voor ouderschapsverloven , ook aandacht moet gaan naar de noden van pleegouders.”
Het nieuwe systeem zal in de loop van 2006 ingevoerd worden. De minister wil de uiteindelijke regeling in nauw overleg met de Federatie Pleegzorg tot stand brengen.
Persbericht 19 september 2005
Bij arbeidsongevallen krijgt het slachtoffer de verplaatsingsonkosten die voortvloeien uit het ongeval terugbetaald. Kamerlid Greet van Gool (sp·a): “Voor beroepsziekten bestaat zo’n wettelijke terugbetaling niet, ondanks de gelijkaardige impact.” van Gool vroeg daarom aan minister van Werk Freya Van den Bossche om voor de beroepsziekten een vergelijkbare regeling te treffen. De minister heeft toegezegd een terugbetaling in te voeren vanaf 1 januari 2006.
van Gool: “De regeling zal wel wat verschillen van die in de sector van de arbeidsongevallen. De administratie legt momenteel de laatste hand aan de teksten, maar nu al is duidelijk dat het gaat om drie specifieke terugbetalingen.”
Meer bepaald:
van Gool is bijzonder blij dat de minister snel de door haar aangekaarte ongelijke behandeling uit de wereld helpt.
Persmededeling 28 juni 2005
We mogen fier zijn op onze sociale zekerheid. Het is één van de beste ter wereld. Maar het kan nog beter. “Vaak doen mensen geen beroep op een uitkering of sociaal voordeel omdat ze niet weten dat ze er recht op hebben, omdat het aanvraagformulier te moeilijk is, enzovoort…”
De beste manier om dit te voorkomen is door de automatisch toekenning van rechten en voordelen, dus zonder dat de sociaal verzekerde een aanvraag zelf moet indienen. De instellingen van sociale zekerheid wisselen dan de gegevens onder elkaar uit en het opvragen van informatie bij de mensen blijft beperkt. van Gool: “Zo wordt sinds januari 2003 het recht op pensioen automatisch onderzocht voor de personen die een vervangingsinkomen genieten.”
Het zal echter nog een hele tijd duren voor alle sociale rechten automatisch toegekend zullen worden. En zelfs met de verst doorgedreven informatisering zal de betrokkene toch nog zelf bevraagd moeten worden. van Gool: “Dus moeten we ook streven naar administratieve eenvoud. Bij elk formulier moeten we ons eerst afvragen of het wel nodig is. Indien dat zo is, moeten we nagaan of het formulier wel in mensentaal werd opgesteld en dus begrijpbaar is.”
Er is dus nog veel werk aan de winkel. Met het actieplan ‘simpelwegsociaal’ wil van Gool voluit gaan voor een betere sociale bescherming door meer vereenvoudiging in de sociale zekerheid. Zij roept daarvoor ook de hulp in van het grote publiek. “Via het meldpunt www.simpelwegsociaal.be willen we tips en voorstellen verzamelen. Hier kunnen mensen voorbeelden melden van moeilijke formulieren, van onnodige aanvragen of onderzoeken, van zaken waarvan ze denken dat het automatisch moet kunnen, … Yves Van Linthout, uit Man bijt Hond, is Peter van de actie.”
Bijlagen:
Persbericht 8 juni 2005
Volgens van Gool beslist de regering soms tot een aantal verbeteringen in de sociale bescherming van werknemers, maar vergeet ze dit voor de zelfstandigen. “Vandaar de gelijkheidstoets. Die moet checken of de zelfstandigen en de werknemers een gelijkwaardige behandeling krijgen.”
Ondertussen boekt ze met haar gelijkheidstoets reeds resultaten. Een eerste heeft betrekking op de toegelaten beroepsbezigheid van gepensioneerden. van Gool: “Momenteel moet een gepensioneerde die een centje bijverdient dit vooraf aangeven. Op die niet aangifte of foute aangifte staan strenge straffen. Door de informatisering en de administratieve vereenvoudiging is dit echter niet meer nodig: de overheid beschikt zelf over alle nodige informatie. De Programmawet schaft deze aangifte en controle dan ook af … voor werknemers. De zelfstandigen was men echter vergeten.” Via een amendement zal dat worden rechtgezet.
Daarnaast verkreeg ze ook aanpassing voor het pensioen van mensen die in het buitenland wonen. “In tegenstelling tot mensen die in België wonen en voor wie het pensioen ambtshalve onderzocht wordt, moeten mensen die in het buitenland wonen zelf nog een aanvraag indienen. Hun pensioen gaat dan in, ten vroegste de maand na de aanvraag. Niet iedereen is hier echter even goed van op de hoogte, waardoor het soms maanden duurt voor een aanvraag werd ingediend. Resultaat: men zat maanden zonder pensioen, en men kreeg het achteraf ook niet.”
Op vraag van van Gool paste minister van Pensioenen Tobback dit reeds aan. Voortaan gaat het pensioen niet in de maand na de aanvraag, maar met terugwerkende kracht tot de maand volgend op de vijfenzestigste verjaardag, ongeacht wanneer de aanvraag werd ingediend. “Deze aanpassing gold - opnieuw - enkel voor werknemers. Ik vroeg dan ook aan minister van Middenstand Laruelle of zij bereid was dit ook aan te passen voor zelfstandigen. De minister heeft mij geantwoord dat zij een gelijkaardige oplossing zal voorzien als bij de werknemers.”
van Gool beseft dat dit ogenschijnlijk over kleine aanpassingen gaat. “Maar het gaat wel over het leven en inkomen van telkens duizenden mensen. En vooral tonen deze aanpassingen aan dat er nog heel wat werk aan de winkel is vooraleer het sociaal statuut van zelfstandigen op dezelfde manier en met dezelfde aandacht zal bekeken worden als de andere statuten.”
Persbericht 1 juni 2005
In de drie pensioenregelingen (werknemers, zelfstandigen, ambtenaren), is extra beroepsarbeid verboden, behalve onder enkele strikte voorwaarden. Een eerste voorwaarde is dat de inkomsten uit die beroepsarbeid bepaalde maximumgrenzen niet mag overschrijden.
Een tweede voorwaarde voor de toegelaten arbeid van een gepensioneerde is dat de uitoefening van de beroepsbezigheid voorafgaandelijk moet worden aangegeven, zowel door de gerechtigde zelf als door de werkgever.
van Gool: “De aangifte moet nu gebeuren op zeer moeilijke formulieren. Bovendien beseffen de mensen niet wat het gevolg kan zijn van een niet- of een laattijdige invulling van de formulieren. De sanctie is niet gekend, en staat ook niet in verhouding tot de overtreding. In veel gevallen is het pensioenverlies groter dan de inkomsten uit beroepsactiviteit, in een aantal gevallen zelfs twee of drie maal zo groot. De Ombudsdienst Pensioenen suggereerde in haar Jaarverslag 2002 dan ook om na te gaan of het behoud van de sanctie nog verantwoord is. Tenslotte moeten de formulieren aangetekend worden verstuurd, wat nog eens een extra kost betekent voor de mensen.”
Daarom heeft van Gool een wetsvoorstel ingediend dat de verplichte aangifte afschaft. Daarmee schaft ze meteen vele duizenden formulieren af. Een belangrijke vereenvoudiging dus voor de vele huidige en toekomstige gepensioneerden. Aan de bestaande regeling inzake beperking van de inkomsten raakt dit wetsvoorstel niet. Er zal dus verder nagegaan worden of de inkomsten die de gepensioneerde met zijn beroepsbezigheid behaalt, de toegelaten bedragen niet overschrijden. van Gool: “Daarvoor is de voorafgaande aangifte door de gepensioneerde echter niet (langer) nodig. De bestaande gegevens maken een geautomatiseerde controle mogelijk.”
Met het voorstel wordt ook de bestaande ongelijkheid weggewerkt, waarbij enkel mensen die plichtsbewust hun activiteiten aangeven, gecontroleerd en eventueel bestraft worden, terwijl mensen die niet zo plichtsbewust zijn, ook niet gecontroleerd en dus niet gesanctioneerd worden.
“Een belangrijke vereenvoudiging dus en een rechtvaardiger behandeling van de gepensioneerden. Administratieve vereenvoudiging mag zich immers niet enkel beperken tot vereenvoudiging voor bedrijven.”
Persmededeling 26 april 2005
Eind 2003 kon de dreigende Europese liberalisering van de havendiensten worden tegen gehouden. Sinds kort ligt er echter een nieuwe richtlijn op tafel. Kamerlid Greet van Gool (sp·a): "Een richtlijn die sterk lijkt op de vorige. Heel wat sociale partners maken zich zorgen omdat zij door de Belgische regering nog niet werden betrokken bij de nieuwe besprekingen." Minister van Werk Freya Van den Bossche heeft toegezegd dit zo snel mogelijk te doen.
Dankzij de gezamenlijke inspanningen van havenarbeiders, sociale partners en sommige politieke partijen (waaronder sp.a) kon eind 2003 de dreigende liberalisering van de havendiensten worden tegengehouden. van Gool: "Daaruit bleek dat een gecoördineerde samenwerking op verschillende fronten tot sterke resultaten kan leiden."
Momenteel ligt er reeds een nieuwe richtlijn op tafel. Die vertoont sterke gelijkenissen met de vorige. van Gool: "De sociale partners maken zich dan ook zorgen. Zo is het positief dat er wat de zelfafhandeling betreft een vergunningsplicht zal gelden, maar is het niet duidelijk of die vergunningsplicht ook geldt voor de korte vaart. Daarnaast is er ook heel wat onduidelijkheid over het verlenen van concessies en de termijnen daarbij."
De Belgische regering heeft verzet aangetekend bij de Europese Commissie tegenover de nieuwe richtlijn, maar heeft nog geen contact gehad met de sociale partners. van Gool: "Minister Van den Bossche liet in de kamercommissie Sociale Zaken weten dat dit kwam omdat het standpunt van de organisaties bekend was en de regering wat dat betreft op dezelfde lijn zat."
De sociale partners dringen er volgens van Gool op aan toch door de regering gehoord te worden, omdat de gecoördineerde actie de vorige keer zo'n goede resultaten opleverde en omdat er ook in de nieuwe richtlijn weer een aantal addertjes onder het gras zitten. van Gool: "Minister Van den Bossche liet weten dat ze begrip heeft voor dat standpunt, en dat zij op korte termijn de sociale partners zal uitnodigen voor verder overleg."
Ook sp.a Antwerpen is gevoelig voor deze havenrichtlijn en zal dit dossier ook in de toekomst van nabij blijven opvolgen.
Persbericht 18 maart 2005
Recent werd een Merksemse rolstoelgebruikster ervan op de hoogte gesteld dat ze het opritje dat ze aan de voordeur heeft laten leggen om vlot binnen en buiten te kunnen met haar rolstoel moet verwijderen. Puur administratief gaat het immers om een bouwmisdrijf. Districtsschepen André Keulemans, bevoegd voor openbare werken, kan er weinig aan doen. De woning ligt immers aan een gewestweg, waarvoor de Vlaamse administratie bevoegd is. sp·a Merksem zal daarom contact opnemen met bevoegd Vlaams Minister Kris Peeters om een menselijke oplossing te zoeken voor dit dossier.
Sofie Deheusch werd onlangs onaangenaam verrast. Na een klacht kreeg ze van de stadsdiensten een brief in de bus : het opritje aan de voordeur heeft geen vergunning en is dus een bouwmisdrijf. Het opritje moet dan ook weg, en liefst voor 10 mei "anders komt dit dossier voor de rechter". Puur het uitvoeren van een administratieve beslissing. Maar menselijk is iets anders. Het opritje maakt het voor Sofie immers eenvoudiger om binnen en buiten te kunnen in haar appartement.
“Het is jammer dat de inspanningen van Sofie om zelfstandig te leven zo worden bestraft” aldus politiek secretaris Greet van Gool, ook kamerlid en vroeger als regeringscommissiaris bevoegd voor het beleid voor mensen met een handicap. “Het is erg belangrijk dat rolstoelgebruikers zelfstandig binnen en buiten kunnen gaan. Emancipatie van de rolstoelgebruiker is anders niet mogelijk. Daarom moet we in dit dossier een billijke regeling zoeken. Dat zo'n opritje een bouwmisdrijf is, daar kunnen we niets aan doen, en in feite is het ook een hindernis voor voetgangers, maar een rolstoelgebruiker als Sofie Deheusch de toegang tot haar woning ontzeggen kan toch ook niet de bedoeling zijn.”
sp·a Merksem zal er dan ook bij de bevoegde minister Kris Peeters op aandringen om een goede oplossing te zoeken.
Persbericht 09 maart 2005
Reeds jaren vragen vrijwilligers en hun organisaties een wettelijke regeling van het vrijwilligerswerk. sp·a-kamerleden Greet van Gool en Magda De Meyer dienden daarom hun wetsvoorstel in dat hen de rechtszekerheid en bescherming biedt waar ze al zo lang om vragen. van Gool: "Het heeft uiteindelijk langer geduurd dan verwacht vooraleer het voorstel in behandeling genomen kon worden. Dat komt omdat nog adviezen ingewonnen moesten worden, bij de Hoge Raad voor Vrijwilligers en bij de Nationale Arbeidsraad. Vooral dat laatste heeft even op zich laten wachten. Maar nu die adviezen binnen zijn, kunnen we er snel werk van maken. Daartoe hebben ook de regering en de andere partijen zich verbonden."
Aan de hand van de adviezen van de Hoge Raad en de Nationale Arbeidsraad werden een aantal amendementen opgesteld. "We willen echt rekening houden met de vragen die in de sector leven en de problemen die zich in de praktijk stellen."
Zo werd er gepreciseerd dat de wet ook van toepassing is voor vrijwilligers die in het buitenland actief zijn, en dat ook vreemdelingen in België vrijwilligerswerk mogen uitoefenen. van Gool: "Er werd ook een verplichte aansprakelijkheidsverzekering opgenomen. Oorspronkelijk was dit niet voorzien, omdat we dachten dat dit voor vele, voornamelijk kleinere organisaties, financieel moeilijk zou kunnen zijn. Zowel de Hoge Raad voor vrijwilligers als de werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de NAR pleitten evenwel voor een verplichte verzekering voor burgerlijke aansprakelijkheid."
Omdat het afsluiten van zo'n verzekering voor kleinere organisaties niet altijd evident is, roept sp·a alvast haar lokale mandatarissen op om op gemeentelijk niveau zo'n gemeenschappelijke verzekering aan te bieden, waar organisaties gratis kunnen op intekenen. van Gool: "Zo'n verzekering is maar een kleine kost op een gemeentebegroting, maar het is wel een goed signaal om aan de vrijwilligers duidelijk te maken dat hun werk sterk geapprecieerd wordt."
Daarnaast regelt het wetsvoorstel nog tal van andere zaken, zoals de hoogte van de vergoeding die een vrijwilliger mag ontvangen, de terugbetaling van onkosten die door de vrijwilliger werden gemaakt, en de cumulatie van vrijwilligerswerk met een uitkering.
Persbericht 24 februari 2005
De meerderheid van de bevolking staat nog altijd achter het principe van de solidariteit. van Gool: “Maar dan wel op voorwaarde dat de misbruiken worden aangepakt. Dat vindt sp·a ook. Zo voert Dirk Van der Maelen al geruime tijd zijn strijd tegen de fiscale fraude. Ook binnen de sociale zekerheid moet oneigenlijk gebruik tegengegaan worden. Eén van die misbruiken is de schijnzelfstandigheid, een manier om sociale lasten te ontduiken en aan concurrentievervalsing te doen. De regering ging dit aanpakken, maar tot de dag van vandaag is er nog geen initiatief in die zin genomen.”
Ondertussen blijkt dat de RSZ nu toch begonnen is met de aanpak van de schijnzelfstandigheid, meer bepaald bij de advocaten. van Gool wilde daarom van minister van Sociale Zaken Rudy Demotte weten of deze RSZ actie gebeurde in samenspraak met de regering en wanneer er nu eindelijk een wetgevend initiatief zou komen om de schijnzelfstandigheid in zijn totaliteit aan te pakken.
van Gool: “Minister Demotte liet weten dat de RSZ op eigen initiatief met de actie begonnen is, weliswaar op vraag van de balies zelf, omdat die het ook beu zijn dat sommige kantoren de schijnzelfstandigheid gebruiken om aan concurrentievervalsing te doen.”
Daarnaast liet de minister weten dat hij momenteel in overleg met de ministers Van den Bossche en Laruelle werkt aan een wetsontwerp om de schijnzelfstandigheid aan te pakken. Hij hoopt dit zo snel mogelijk tot een goed einde te brengen.
van Gool: “sp·a dringt er op aan inderdaad snel werk te maken van een wettelijke regeling. Het is goed dat de RSZ nu zelf begonnen is met de aanpak, maar het is hoog tijd dat er een duidelijk wetgevend kader komt. De belofte van de regering dateert van midden 2003. we zijn ondertussen 2005 en er is nog geen ontwerp. Snelheid is dus geboden.”
Persbericht 22 februari 2005
Recent werden in Duitsland nieuwe akkoorden afgesloten om de loonkosten te verlagen. Daardoor wordt de concurrentiepositie van de Duitse automobielfabrieken sterker, en die van de Belgische zwakker. sp·a onderschrijft de bezorgdheid in de automobielsector en vraagt de regering gepaste maatregelen te nemen.
In Duitsland werden onlangs strikte akkoorden gemaakt op sectoraal en op ondernemingsniveau om de loonkosten op korte termijn te drukken. Daardoor verandert de concurrentiepositie van de Duitse automobielbedrijven gevoelig. Tot nu toe scoort Duitsland immers qua kosten in de sector hoger dan België, maar daar zou wel eens verandering in kunnen komen met die nieuwe akkoorden. Er heerst dan ook heel wat ongerustheid bij de sector, die vreest dat België eerste keus zal worden als het aankomt op productievermindering of sluiting van vestigingen.
Daarom vroeg Greet van Gool, Kamerlid voor de sp·a, aan minister Freya Van den Bossche of deze hierover overleg pleegt met de automobielsector, en welke maatregelen de regering zal nemen om de werkzekerheid in deze sector te waarborgen.
Minister Van den Bossche bevestigt in haar antwoord dat de problematiek reëel maar ook gekend is, en dat er inderdaad overleg is met de sector. In vier verschillende werkgroepen wordt aandacht besteed aan loonkost en flexibiliteit, ondernemingskosten, logistiek en innovatie. Specifiek voor de werkgroep loonkosten en flexibiliteit is er overleg geweest tussen werkgevers, werknemersorganisaties en vertegenwoordigers van de Vlaamse en federale regering. Belangrijk is dat zowel werkgevers als werknemers in grote lijnen dezelfde analyse delen. Er zullen nu een aantal aanbevelingen voorgesteld worden, die zullen gaan over de loonkostenproblematiek, de lasten op ploegenarbeid, de spreiding van de arbeidsduur en de inzet van beschikbare arbeidsreserves.
“Gelukkig neemt minister Van den Bossche de problematiek ernstig” aldus Greet van Gool. “Bij General Motors in Antwerpen alleen al werken er meer dan 5.000 mensen. Voor Vlaanderen is dat bijna 10 000. Reden genoeg dus maatregelen te nemen. Het is dan ook een goede zaak dat de verschillende knelpunten onderzocht worden, en dat ook de vakbonden erbij betrokken worden.”
Zodra de verschillende werkgroepen klaar zijn, zal de overheid samen met werkgevers en werknemers de aanbevelingen verder uitwerken. Hierdoor krijgen de Belgische autoconstructeurs opnieuw de kans om hun concurrentiepositie binnen Europa te verstevigen en maximaal verankerd te blijven op Belgische bodem.“De Antwerpse sp·a zal dit dossier nauwlettend verder opvolgen”, aldus nog Johan Peeters, voorzitter sp·a Antwerpen. “De werkgelegenheid bij General Motors mag niet in het gedrang komen.”
Persbericht 15 februari 2005
Dat antwoordde minister van Economie Marc Verwilghen op een vraag van Kamerlid Greet van Gool (sp·a). van Gool: "Volgens de CBFA (commissie bank, financiën en assurantiewezen) moeten alle voertuigen met autonome aandrijving, waaronder dus ook de elektronische rolstoelen, onder de wet van 21 november 1989 vallen betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen. De minister bevestigde dit, wat voor mensen met een handicap een aanzienlijke meerkost tot gevolg zou kunnen hebben. De minister is wel bereid overleg op te starten om hieraan te verhelpen. Een forse prijsstijging is voor sp·a sowieso uitgesloten."
De beroepsvereniging van verzekeraars Assuralia heeft al gereageerd op de stelling van CBFA door te stellen dat verzekeringsondernemingen nu verplicht zijn om de polissen die ze meestal toepassen (bijvoorbeeld de familiale) uit het aanbod te verwijderen. van Gool: "Ergerlijk is ook dat volgens het verkeersreglement rolstoelen die zich niet sneller dan stapvoets kunnen voortbewegen, met een voetganger gelijkgesteld moeten worden. Voor het verkeersreglement zijn het dus voetgangers, maar de rolstoel moet wel verzekerd worden als een wagen."Volgens minister Verwilghen is de wet van 21 november 1989 inderdaad duidelijk: elektrische rolstoelen moeten een autoverzekering hebben. Met als gevolg dat verzekeringsmaatschappijen die een consumentvriendelijk beleid voerden door de dekking van rolwagens in de familiale op te nemen, verplicht zullen zijn hun beleid aan te passen. Hetzij door een motorrijtuigen verzekeringspolis aan te bieden, hetzij door de dekking van de familiale uit te breiden zodat die beantwoordt aan de vereisten van de wet van 21 november 1989.
van Gool: "De minister is bereid een overleg te starten om te onderzoeken welke gevolgen verbonden zouden zijn aan het onttrekken van de elektronische rolstoelen aan de wet 21 november 1989. Hij denkt echter niet dat de premie voor een motorrijtuigenverzekeringspolis dezelfde kan blijven als voor de familiale verzekering, omdat de eerste veel uitgebreider en complexer is dan de tweede. Een eventuele oplossing zou er volgens de minister in kunnen bestaan dat gehandicaptenverenigingen collectieve polissen afsluiten voor hun leden, naar analogie met wat sportclubs doen voor de aangesloten leden. Dat zou dan soelaas kunnen brengen."
Voor sp·a is soelaas echter niet voldoende, en moet er absoluut vermeden worden dat rolstoelgebruikers met een flinke premiestijging geconfronteerd worden. "Er moet op zeer korte termijn duidelijke en gerichte informatie komen naar de betrokkenen want nu heerst er nog absolute onduidelijkheid. Daarnaast moet er onmiddellijk overleg komen met alle betrokken sectoren, de gehandicaptenverenigingen, de verzekeringssector en de CBFA."
lees hier de vraag in de commissie en lees hier de reacties in de pers
Persbericht 19 januari 2005
Lokale mandatarissen die een bestuursfunctie bekleden binnen een intercommunale of stedelijke vzw vallen sinds 1 januari onder het statuut van de zelfstandigen. Dat houdt in dat ze moeten aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds en eventueel ook sociale bijdragen moeten betalen. "Juist over dat laatste bestaat veel onduidelijkheid", zegt kamerlid Greet van Gool. "En dat moeten we snel uitklaren."
Onze gemeenteraadsleden doen vaak na hun uren aan politiek, zegt van Gool. "We moeten vermijden dat ze, nu ze ook nog eens zelfstandige zijn, extra kosten en extra papierwerk krijgen. Het zou jammer zijn om op die manier goede en gemotiveerde mensen te verliezen", benadrukt ze.
Ze vroeg daarom aan de bevoegde minister van Middenstand Sabine Laruelle (MR) hoe het nu juist zat met die sociale bijdragen. De minister benadrukte dat lokale mandatarissen die slechts zelfstandige in bijberoep zijn en van wie het inkomen lager is dan 1.177,31 euro (voor het jaar 2005) geen bijdragen zullen moeten betalen, ook geen voorlopige.
"Dat zal al een hele opluchting zijn voor heel wat mandatarissen. Er doen nu allerhande geruchten de ronde, waardoor sommigen er al de brui aan gegeven hebben." De minister heeft ook herhaald dat de duidelijke communicatie rond de onderwerping van lokale mandatarissen aan het zelfstandigenstatuut er zeker zal komen. "Maar het is blijkbaar nog even wachten. Ik zal dan ook minister Laruelle blijven herinneren aan haar belofte. Want goede en juiste informatie kan veel wrevel en ongerustheid bij de raadsleden wegnemen. Laten we daar dan ook snel werk van maken", besluit van Gool.
Persbericht 23 december 2004
Veroordeelden die vóór hun gevangenisstraf een uitkering ontvingen, krijgen die niet tijdens hun opsluiting. Kamerlid Greet van Gool (sp·a) vroeg aan alle ministers die een of andere uitkering onder hun bevoegdheid hebben wat er gebeurt bij de invrijheidstelling. Moeten de gevangenen hun uitkering weer aanvragen of krijgen ze die automatisch terug? Uit de antwoorden blijkt dat dit zeer verschillend verloopt en heel wat administratieve rompslomp met zich meebrengt. van Gool: “Terwijl dit met de huidige informaticamogelijkheden makkelijk moet op te lossen zijn.” Zij vraagt daarom aan staatssecretaris voor de informatisering van de staat Peter Vanvelthoven (sp·a) hier werk van te maken.
“Het is logisch dat gedetineerden tijdens hun opsluiting geen uitkering ontvangen. Die uitkering dient immers om in hun levensonderhoud te zijn, en tijdens de opsluiting staat de staat daarvoor in”.
Anders wordt het wanneer deze mensen de gevangenis verlaten. Ze staan van de ene dag op de andere op straat, zonder bestaansmiddelen en zonder ondersteuning. van Gool: “Ik vroeg me dan ook af of deze mensen dan weer automatisch hun uitkering terug krijgen.” Ze stelde daarover een vraag aan de verschillende ministers die bevoegd zijn voor de sociale uitkeringen.
Meer bepaald de ministers Arena (Leefloon), Demotte (ziekte-uitkering), Vandenbroucke (pensioenen en werkloosheid), Laruelle (pensioen zelfstandigen) en staatssecretaris Simonis (uitkering personen met een handicap).
Uit hun antwoorden blijkt dat de situatie zeer divers is. Soms gebeurt het automatisch, soms moet er een attest naar de betrokken administratie, soms een attest bij het ziekenfonds, .. van Gool: “Het is dus vaak een heel onduidelijke poespas, terwijl de overheid toch over alle info beschikt. Als je weet dat dit mensen zijn die vaak jarenlang uit roulatie zijn geweest, die de regelgeving en hun weg niet goed kennen, en zich vaak in een moeilijke en kwetsbare situatie bevinden, is dat vragen om moeilijkheden en miserie.”
Omdat de overheid over alle info beschikt, is de automatische toekenning vooral een kwestie van organisatie en informatisering. Daarom vraagt van Gool aan staatssecretaris voor de informatisering van de staat Peter Vanvelthoven (sp·a) om hier snel werk van te maken. “Dit is typisch zo’n voorbeeld waarmee dankzij goede informatica veel problemen en ellende kunnen opgelost worden, zonder dat dit geld hoeft te kosten.”
Greet van Gool
23 december 2004
Persbericht 1 december 2004
Sinds 1 januari 2003 ontvangen ouders van kinderen die in pleeggezinnen geplaatst worden, een forfaitaire 'kinderbijslag'. Dit recht geldt echter alleen als kinderen bij werknemers worden geplaatst, en niet als dit gebeurt bij zelfstandigen. Op vraag van sp·a-kamerlid Greet van Gool heeft minister van Middenstand Sabine Laruelle (MR) toegegeven dat dit een lacune is en beloofd die zo snel mogelijk op te lossen. Het KB dat dit moet regelen wordt komende vrijdag behandeld op de ministerraad.
Als een kind geplaatst wordt in een pleeggezin, dan gaat de kinderbijslag van dat kind naar het pleeggezin. van Gool: "De kinderbijslag is immers in se een vergoeding voor de opvoeding van het kind. Het is dus normaal dat diegene die instaat voor de opvoeding van het kind ook die kinderbijslag ontvangt. Dit zorgt bij de echte ouders echter vaak voor problemen. Ten eerste blijven zij onkosten maken voor hun kind zoals bijvoorbeeld de vervoerskosten voor het bezoek, maar ontvangen zij voor deze onkosten geen vergoeding meer. Ten tweede betekent deze regeling voor de ouders ook een verarming. Niet zelden zorgt een plaatsing van kinderen van arme ouders voor een nog grotere armoede van de ouders."
Dit probleem is sinds 1 januari 2003 opgelost door een regeling die er voor zorgt dat de bijslagtrekkende die net voor de plaatsing kinderbijslag voor dat kind ontving, recht heeft op een forfaitaire bijslag. So far so good, ware het niet dat deze nieuwe regeling enkel geldt voor het kinderbijslagstelsel van werknemers. van Gool: "Mensen van wie de kinderen werden geplaatst bij zelfstandigen, bleven dus in de kou staan. Terwijl hier geen enkele reden voor is."
van Gool vroeg daarom ongeveer een jaar geleden aan de bevoegde minister voor Middenstand Sabine Laruelle (MR) dit probleem aan te pakken. "Niet alleen uit sociaal oogpunt, maar ook omdat de regering zelf bij herhaling stelde dat ze de verschillen tussen de statuten van de werknemers en de zelfstandigen wil weg werken. Een nieuw onderscheid creëren zou een slecht signaal zijn."
De minister liet weten dat zij in het kinderbijslagstelsel van zelfstandigen een gelijkaardig stelsel zal voorzien. van Gool: "Vrijdag is het dus zover. Dan behandelt de ministerraad het KB in kwestie. Alvast een goed signaal en een bestaande discriminatie die wordt weggewerkt."
Lees hier de tekst van de tussenkomst in de commissievergadering