Logo Greet van Gool
dossier: statuut van de vrijwilliger
persberichten 2003-09-22 «

 

Eindelijk een wettelijke bescherming voor de 800.000 Vlaamse vrijwilligers

Persbericht 22 september 2003

Reeds jaren vragen vrijwilligers en hun organisaties een wettelijke regeling van het vrijwilligerswerk. sp.a-kamerleden Greet van Gool en Magda De Meyer hebben nu een wetsvoorstel ingediend dat hen de rechtszekerheid en bescherming biedt waar ze al zo lang om vragen.

Het voorstel biedt een oplossing voor tal van knelpunten, zoals het fiscaal en sociaal statuut van vergoedingen die de organisatie aan de vrijwilliger betaalt, de aansprakelijkheid van organisaties en vrijwilligers, de mogelijkheid voor uitkeringstrekkers om vrijwilligerswerk uit te oefenen.

“We denken dat de regeling er snel zal komen. Het voorstel gaat immers in op de verschillende bezwaren en opmerkingen die geuit werden, door de Raad van State, door de instellingen van sociale zekerheid, door de organisaties, … Ook in het regeerakkoord staat dat er een wettelijke regeling voor het vrijwilligerswerk moet komen. We rekenen er dus op dat de verschillende partijen dit voorstel zullen steunen. Het gaat ten slotte om 800.000 mensen in Vlaanderen, die zich belangeloos inzetten voor anderen, en onmisbare taken vervullen.”

Greet van Gool en Magda de Meyer zullen de spoedbehandeling van het wetsvoorstel vragen. Het zal vanzelfsprekend nog voorgelegd worden aan de Hoge Raad voor Vrijwilligers.

Korte inhoud wetsvoorstel

Vrijwilligerswerk gebeurt kosteloos maar niet vrijblijvend : het houdt een aantal engagementen is, zowel vanwege de vrijwilliger als vanwege de organisatie die het vrijwilligerswerk inricht. Om daarover duidelijkheid te scheppen, voorziet het voorstel in een ‘organisatienota’, een soort huisreglement, dat de organisatie aan de vrijwilliger overhandigt.

Eén van de belangrijkste bestaande knelpunten is de aansprakelijkheid. Een vrijwilliger die schade veroorzaakt, loopt het risico te moeten opdraaien voor de kosten. Het wetsvoorstel legt de aansprakelijkheid voor die schade in principe bij de organisatie. Enkel wanneer de organisatie kan aantonen dat er bij de vrijwilliger bedrog of zware schuld is, kan de vrijwilliger aansprakelijk zijn. Het wetsvoorstel legt geen verplichte verzekering op. Voor vele organisaties zou dit financieel onhaalbaar zijn. Voor organisaties die wel verzekeringscontracten afsluiten legt het wetsvoorstel minimum-garantievoorwaarden op. Het voorstel zorgt er tevens voor dat de dekking van de aansprakelijkheid van bijvoorbeeld leiders van jeugdverenigingen uitgesloten zou worden in de familiale polis.

Een vrijwilliger maakt vaak kosten, zoals verplaatsingskosten, telefoonkosten. Het is normaal dat de organisatie die kosten terugbetaalt. Momenteel bestaat er een probleem wanneer niet aangetoond kan worden dat deze vergoedingen effectief terugbetaalde kosten zijn. Dan kunnen ze immers als loon of als een betaling in het kader van een dienstencontract beschouwd worden, waardoor er onderwerping aan de sociale zekerheid en belastingsplicht ontstaat. Het voorstel geeft rechtszekerheid en duidelijkheid: een organisatie mag gemaakte kosten vergoeden en de realiteit en de omvang van deze vergoedingen moeten niet bewezen worden zolang ze kleiner zijn dan 47,12 euro per dag en 1.117,91 euro per jaar (momenteel ongeveer 50 euro per dag en 1.250 euro per jaar).

Voor mensen die werkloos of arbeidsongeschikt zijn, die (brug)gepensioneerd zijn, of die een ander vervangingsinkomen genieten, en zich belangeloos willen inzetten, wordt vrijwilligerswerk momenteel erg moeilijk gemaakt. Veelal moeten zij vooraf melden dat ze vrijwilligerswerk willen uitoefenen, ja zelfs toestemming vragen om dit te mogen doen. Het voorstel maakt komaf met de papierwinkel en de strenge sancties, en maakt de uitoefening van vrijwilligerswerk mogelijk mits eenvoudige verklaring.

Magda De Meyer, Greet van Gool

Eindelijk een wettelijke bescherming voor vrijwilligers

Persvoorstelling sp.a-kamerleden Greet van Gool en Magda De Meyer
22 september 2003
Dienstencentrum Noordwijk
Harmoniestraat 1, Brussel

“Vrijwilligers zijn het zout van de samenleving. Ze zorgen ervoor dat de barbecue rood gloeiend staat op het wijkfeest, dat de jonge voetballertjes twee keer per week een goede training krijgen, dat de boodschappen voor rusthuisbewoners worden gedaan, enz. …

Nochtans wordt dit maatschappelijk werk van alleen al in Vlaanderen 800.000 vrijwilligers maar matig ondersteund door de overheid. Vele vrijwilligers zijn niet verzekerd tegen ongevallen. Vaak moeten ze nog belastingen betalen op hun onkostenvergoeding of wordt er op hun uitkering beknibbeld als ze zich vrijwillig inzetten voor het algemeen belang.”

Antwerps volksvertegenwoordiger Greet van Gool (sp.a) heeft tijdens de vorige legislatuur, als toenmalig regeringscommissaris, heel wat maatregelen genomen om dit vrijwilligerswerk meer te ondersteunen. Zo heeft zij de Hoge Raad voor Vrijwilligers opgericht. Bovendien heeft zij actief deelgenomen aan de besprekingen van het vrijwilligerswetsvoorstel van kamerlid Magda De Meyer (sp.a). Daarover werd aan verschillende instanties advies gevraagd. Die adviezen zijn nu binnen en het voorstel is aangepast aan de opmerkingen van de Raad van State, de Nationale Arbeidsraad én de beheerscomités van de instellingen van sociale zekerheid.

“We rekenen erop dat dit nieuwe voorstel opnieuw de steun van de verschillende partijen in het parlement krijgt. Het werd vandaag neergelegd in de Kamer en we nodigen alle partijen uit om mee te tekenen. Met opnieuw een kamerbrede consensus kunnen we ervoor zorgen dat de vrijwilligers snel een echte wettelijke erkenning krijgen.”

Greet van Gool

Inleiding

Niemand ontkent dat vrijwilligerswerk beantwoordt aan maatschappelijke noden waaraan de professionele sector vaak niet kan tegemoetkomen. De afgelopen decennia hebben we immers een langzame maar fundamentele evolutie meegemaakt die er voor zorgde dat steeds meer mensen actief konden deelnemen aan het publieke leven en aan de arbeidsmarkt. Dat is een positieve evolutie omdat ze beklemmende sociale rolpatronen heeft doorbroken, omdat ze onder andere de emancipatie van de vrouw mogelijk maakte en omdat ze aan steeds meer mensen de kans heeft gegeven om zichzelf te ontplooien.

Deze evolutie heeft ook twee belangrijke gevolgen. Een eerste gevolg is dat steeds meer mensen op zoek gingen naar een zinvolle invulling van hun herwonnen vrije tijd. Het vrijwilligerswerk biedt hier een haast onbegrensde waaier aan mogelijkheden tot maatschappelijke ontplooiing en tot zinvolle tijdsbesteding. Een tweede gevolg is dat een aantal taken die voordien binnen de familie en dus vooral door huisvrouwen werden uitgevoerd, voortaan door anderen moeten worden uitgevoerd. Het betreft hier niet enkel huishoudelijke taken, maar ook mantelzorg, kinderopvang en ouderenzorg. Deze taken worden nu ingevuld door instellingen, commerciële dienstverleners of vrijwilligers. Vrijwilligerswerk in het verenigingsleven is dus een niet te onderschatten factor in de emancipatie van een aantal bevolkingsgroepen, en vervult een onmisbare taak in onze samenleving.

De manier waarop de overheid en de wetgeving met vrijwilligers omgaan, is echter niet bevorderlijk om vrijwilligerswerk uit te voeren, laat staan te stimuleren. Zo stelt zich de vraag hoe vergoedingen die aan de vrijwilliger betaald worden, fiscaal en sociaalrechterlijk behandeld moeten worden. Want ook al heeft vrijwilligerswerk principieel een onbezoldigd karakter, er zijn heel wat organisaties die vrijwilligers vergoedingen betalen voor de kosten die zij gemaakt hebben. Hoewel deze vanzelfsprekend niet als bezoldiging beschouwd mogen worden, bestaat er hiervoor geen duidelijke wettelijke regeling. Evenmin is bepaald wat er gebeurt indien de vrijwilliger schade loopt, of schade veroorzaakt.

Tijdens de vorige legislatuur werden reeds verschillende voorstellen besproken die een oplossing wilden bieden voor deze verschillende knelpunten. Tot een wettelijke regeling kwam het evenwel niet. Ons nieuwe wetsvoorstel gaat in op de opmerkingen die tijdens al deze besprekingen naar voor kwamen, vanwege de organisaties, de Raad van State, de Nationale Arbeidsraad, de beheerscomités van de betrokken instellingen van sociale zekerheid enz. Het zal nog voorgelegd worden aan de Hoge Raad voor Vrijwilligers, die eind vorig jaar werd opgericht en verschillende overkoepelende organisaties vertegenwoordigt.

Algemene begrippen

Het wetsvoorstel definieert de vrijwilliger als iemand die onbezoldigd en onverplicht een activiteit verricht ten behoeve van derden. Het vrijwilligerswerk gebeurt kosteloos maar niet vrijblijvend : het houdt een aantal engagementen in, zowel vanwege de vrijwilliger als vanwege de organisatie die het vrijwilligerswerk inricht. Om daarover duidelijkheid te scheppen, voorziet het voorstel in een ‘organisatienota’, een soort huisreglement, dat de organisatie aan de vrijwilliger overhandigt. Die nota moet duidelijkheid scheppen over de aard van de activiteiten, hoe ze uitgevoerd moeten worden, of de vrijwilliger verzekerd is. De nota geeft bovendien uitleg over een eventuele geheimhoudingsplicht (bijv. het medisch geheim).

Aansprakelijkheid en verzekeringen

Eén van de belangrijkste knelpunten is de aansprakelijkheid. Een vrijwilliger die schade veroorzaakt, loopt het risico te moeten opdraaien voor de kosten. Voor sommigen is er een aansprakelijkheidsverzekering, voor anderen niet. Voor sommigen is er een verzekering, voor anderen niet.

Het wetsvoorstel legt de aansprakelijkheid voor de schade die vrijwilligers veroorzaken tijdens de uitvoering van het vrijwilligerswerk in principe bij de organisatie. Enkel wanneer de organisatie kan aantonen dat er bij de vrijwilliger bedrog of zware schuld is, kan de vrijwilliger nog aansprakelijk zijn. Deze aansprakelijkheidsregeling is dezelfde als degene die bestaat voor werknemers.

Ons wetsvoorstel legt geen verplichte verzekering op. Voor vele, voornamelijk kleinere organisaties, zou dit immers financieel onhaalbaar zijn, en het einde kunnen betekenen van hun activiteiten. Heel wat organisaties sluiten wel reeds verzekeringscontracten af, hetzij vrijwillig, hetzij omdat hierin voorzien wordt via erkennings- en subsidiëringsnormen. Voor die verzekeringen legt het voorstel minimum-garantievoorwaarden op. Tevens bepaalt het uitdrukkelijk dat vrijwilligerswerk zich afspeelt in het privé leven. Op die manier wordt vermeden dat de dekking van de aansprakelijkheid van bijvoorbeeld leiders van jeugdbewegingen uitgesloten zou worden in de familiale polis.

Vergoedingen voor vrijwilligerswerk

Vrijwilligerswerk is een in wezen onbezoldigde activiteit. Er moet echter rekening gehouden worden met de realiteit op het terrein. Een vrijwilliger maakt immers vaak kosten. In feite zijn dat kosten die de vrijwilliger als het ware voorschiet aan de organisatie. Immers, als de organisatie zelf een secretariaat en een telefoon had, dan moest de vrijwilliger niet met zijn privé-toestel bellen, als de organisatie zelf een wagen had, dan moest de vrijwilliger niet met zijn eigen wagen rijden, enzovoort. Het is dan ook normaal dat de organisatie die voorgeschoten kosten terugbetaalt. Het kan immers niet de bedoeling zijn dat de vrijwilliger omwille van het principieel onbezoldigd karakter van vrijwilligerswerk ook elk materieel nadeel moet aanvaarden dat het gevolg zou kunnen zijn van zijn vrijwillige inzet.

Er kan echter een probleem ontstaan wanneer niet aangetoond kan worden dat de gelden die de organisatie aan de vrijwilliger betaalt, effectief terugbetaalde kosten zijn. Dan kunnen die vergoedingen immers als loon of als een betaling in het kader van een contract van levering van diensten beschouwd worden, waardoor er onderwerping aan de sociale zekerheid zou ontstaan en belastingsplicht. Inzake onderwerping aan de sociale zekerheid bestaat er sinds 2001 wel een regeling waardoor vrijwilligers die vergoedingen ontvangen niet aan de RSZ onderworpen zijn indien die vergoedingen bepaalde bedragen niet overschrijden, maar deze regeling biedt geen voldoening. Inzake fiscaliteit bestaat er geen wettelijke regeling, enkel omzendbrieven of interne onderrichtingen.

Met het wetsvoorstel wordt eindelijk rechtszekerheid en duidelijkheid gegeven : een organisatie mag gemaakte kosten vergoeden en de realiteit en de omvang van deze vergoedingen moeten niet bewezen worden op voorwaarde dat deze kleiner zijn dan 47,12 euro per dag en 1.117,91 euro per jaar (momenteel ongeveer 50 euro per dag en 1.250 euro per jaar).

Uitkeringsgerechtigde vrijwilligers

Voor vele mensen die werkloos of arbeidsongeschikt zijn, die op (brug)pensioen zijn, of die een ander vervangingsinkomen genieten, betekent vrijwilligerswerk een kans op maatschappelijke integratie, op het verrichten van nuttige taken in de maatschappij. Het wordt hen echter niet gemakkelijk gemaakt om dit te doen. Vaak moeten zij vooraf melden dat ze vrijwilligerswerk willen uitoefenen, ja zelfs toestemming vragen om dit te mogen doen. Niet-naleven van deze voorwaarden kan tot gevolg hebben dat hun uitkering geschrapt wordt.

Eenvormigheid, eenvoud en transparantie moeten hier de stelregel zijn. Daarom maakt het wetsvoorstel komaf met de vaak enorme papierwinkel en met de strenge sancties, en maakt het de uitoefening van vrijwilligerswerk mogelijk, mits eenvoudige verklaring (en mits de vrijwilliger natuurlijk aan de voorwaarden van de wet voldoet om als vrijwilliger beschouwd te worden).

Eindelijk een wettelijke bescherming voor vrijwilligers

Perslunch 22 september 2003
Perslunch sp.a-kamerleden Greet van Gool en Magda De Meyer
22 september 2003
Dienstencentrum Noordwijk
Harmoniestraat 1, Brussel

“Vrijwilligers zijn het zout van de samenleving. Ze zorgen ervoor dat de barbecue rood gloeiend staat op het wijkfeest, dat de jonge voetballertjes twee keer per week een goede training krijgen, dat de boodschappen voor rusthuisbewoners worden gedaan, enz. …

Nochtans wordt dit maatschappelijk werk van alleen al in Vlaanderen 800.000 vrijwilligers maar matig ondersteund door de overheid. Vele vrijwilligers zijn niet verzekerd tegen ongevallen. Vaak moeten ze nog belastingen betalen op hun onkostenvergoeding of wordt er op hun uitkering beknibbeld als ze zich vrijwillig inzetten voor het algemeen belang.

Tijdens de vorige legislatuur werden er door regeringscommissaris Greet Van Gool (sp.a) al heel wat maatregelen genomen om dit vrijwilligerswerk meer te ondersteunen. Zo werd ook de Hoge Raad voor Vrijwilligers opgericht. Bovendien was er een kamerbreed akkoord rond het vrijwilligerswetsvoorstel van kamerlid Magda De Meyer (sp.a). Daarover werd ook aan verschillende instanties advies gevraagd. Die adviezen zijn nu binnen en we hebben het voorstel aangepast aan alle opmerkingen van de Raad van State, de Nationale Arbeidsraad én de beheerscomités van de RSZ.

We rekenen erop dat dit nieuwe voorstel opnieuw de steun van de verschillende partijen in het parlement krijgt. Het werd vandaag neergelegd in de Kamer en we nodigen alle partijen uit om mee te tekenen. Met opnieuw een kamerbrede consensus kunnen we ervoor zorgen dat de vrijwilligers snel een echte wettelijke erkenning krijgen.”

Greet van Gool
Magda De Meyer

Inleiding

Niemand ontkent dat vrijwilligerswerk beantwoordt aan maatschappelijke noden waaraan de professionele sector vaak niet kan tegemoetkomen. De afgelopen decennia hebben we immers een langzame maar fundamentele evolutie meegemaakt die er voor zorgde dat steeds meer mensen actief konden deelnemen aan het publieke leven en aan de arbeidsmarkt. Dat is een positieve evolutie omdat ze beklemmende sociale rolpatronen heeft doorbroken, omdat ze onder andere de emancipatie van de vrouw mogelijk maakte en omdat ze aan steeds meer mensen de kans heeft gegeven om zichzelf te ontplooien.

Deze evolutie heeft ook twee belangrijke gevolgen. Een eerste gevolg is dat steeds meer mensen op zoek gingen naar een zinvolle invulling van hun herwonnen vrije tijd. Het vrijwilligerswerk biedt hier een haast onbegrensde waaier aan mogelijkheden tot maatschappelijke ontplooiing en tot zinvolle tijdsbesteding. Een tweede gevolg is dat een aantal taken die voordien binnen de familie en dus vooral door huisvrouwen werden uitgevoerd, voortaan door anderen moeten worden uitgevoerd. Het betreft hier niet enkel huishoudelijke taken, maar ook mantelzorg, kinderopvang en ouderenzorg. Deze taken worden nu ingevuld door instellingen, commerciële dienstverleners of vrijwilligers. Vrijwilligerswerk in het verenigingsleven is dus een niet te onderschatten factor in de emancipatie van een aantal bevolkingsgroepen, en vervult een onmisbare taak in onze samenleving.

De manier waarop de overheid en de wetgeving met vrijwilligers omgaan, is echter niet bevorderlijk om vrijwilligerswerk uit te voeren, laat staan te stimuleren. Zo stelt zich de vraag hoe vergoedingen die aan de vrijwilliger betaald worden, fiscaal en sociaalrechterlijk behandeld moeten worden. Want ook al heeft vrijwilligerswerk principieel een onbezoldigd karakter, er zijn heel wat organisaties die vrijwilligers vergoedingen betalen voor de kosten die zij gemaakt hebben. Hoewel deze vanzelfsprekend niet als bezoldiging beschouwd mogen worden, bestaat er hiervoor geen duidelijke wettelijke regeling. Evenmin is bepaald wat er gebeurt indien de vrijwilliger schade loopt, of schade veroorzaakt.

Tijdens de vorige legislatuur werden reeds verschillende voorstellen besproken die een oplossing wilden bieden voor deze verschillende knelpunten. Tot een wettelijke regeling kwam het evenwel niet. Ons nieuwe wetsvoorstel gaat in op de opmerkingen die tijdens al deze besprekingen naar voor kwamen, vanwege de organisaties, de Raad van State, de Nationale Arbeidsraad, de beheerscomités van de betrokken instellingen van sociale zekerheid enz. Het zal nog voorgelegd worden aan de Hoge Raad voor Vrijwilligers, die eind vorig jaar werd opgericht en verschillende overkoepelende organisaties vertegenwoordigt.

Algemene begrippen

Het wetsvoorstel definieert de vrijwilliger als iemand die onbezoldigd en onverplicht een activiteit verricht ten behoeve van derden. Het vrijwilligerswerk gebeurt kosteloos maar niet vrijblijvend : het houdt een aantal engagementen in, zowel vanwege de vrijwilliger als vanwege de organisatie die het vrijwilligerswerk inricht. Om daarover duidelijkheid te scheppen, voorziet het voorstel in een ‘organisatienota’, een soort huisreglement, dat de organisatie aan de vrijwilliger overhandigt. Die nota moet duidelijkheid scheppen over de aard van de activiteiten, hoe ze uitgevoerd moeten worden, of de vrijwilliger verzekerd is. De nota geeft bovendien uitleg over een eventuele geheimhoudingsplicht (bijv. het medisch geheim).

Aansprakelijkheid en verzekeringen

Eén van de belangrijkste knelpunten is de aansprakelijkheid. Een vrijwilliger die schade veroorzaakt, loopt het risico te moeten opdraaien voor de kosten. Voor sommigen is er een aansprakelijkheidsverzekering, voor anderen niet. Voor sommigen is er een verzekering, voor anderen niet.

Het wetsvoorstel legt de aansprakelijkheid voor de schade die vrijwilligers veroorzaken tijdens de uitvoering van het vrijwilligerswerk in principe bij de organisatie. Enkel wanneer de organisatie kan aantonen dat er bij de vrijwilliger bedrog of zware schuld is, kan de vrijwilliger nog aansprakelijk zijn. Deze aansprakelijkheidsregeling is dezelfde als degene die bestaat voor werknemers.

Ons wetsvoorstel legt geen verplichte verzekering op. Voor vele, voornamelijk kleinere organisaties, zou dit immers financieel onhaalbaar zijn, en het einde kunnen betekenen van hun activiteiten. Heel wat organisaties sluiten wel reeds verzekeringscontracten af, hetzij vrijwillig, hetzij omdat hierin voorzien wordt via erkennings- en subsidiëringsnormen. Voor die verzekeringen legt het voorstel minimum-garantievoorwaarden op. Tevens bepaalt het uitdrukkelijk dat vrijwilligerswerk zich afspeelt in het privé leven. Op die manier wordt vermeden dat de dekking van de aansprakelijkheid van bijvoorbeeld leiders van jeugdbewegingen uitgesloten zou worden in de familiale polis.

Vergoedingen voor vrijwilligerswerk

Vrijwilligerswerk is een in wezen onbezoldigde activiteit. Er moet echter rekening gehouden worden met de realiteit op het terrein. Een vrijwilliger maakt immers vaak kosten. In feite zijn dat kosten die de vrijwilliger als het ware voorschiet aan de organisatie. Immers, als de organisatie zelf een secretariaat en een telefoon had, dan moest de vrijwilliger niet met zijn privé-toestel bellen, als de organisatie zelf een wagen had, dan moest de vrijwilliger niet met zijn eigen wagen rijden, enzovoort. Het is dan ook normaal dat de organisatie die voorgeschoten kosten terugbetaalt. Het kan immers niet de bedoeling zijn dat de vrijwilliger omwille van het principieel onbezoldigd karakter van vrijwilligerswerk ook elk materieel nadeel moet aanvaarden dat het gevolg zou kunnen zijn van zijn vrijwillige inzet.

Er kan echter een probleem ontstaan wanneer niet aangetoond kan worden dat de gelden die de organisatie aan de vrijwilliger betaalt, effectief terugbetaalde kosten zijn. Dan kunnen die vergoedingen immers als loon of als een betaling in het kader van een contract van levering van diensten beschouwd worden, waardoor er onderwerping aan de sociale zekerheid zou ontstaan en belastingsplicht. Inzake onderwerping aan de sociale zekerheid bestaat er sinds 2001 wel een regeling waardoor vrijwilligers die vergoedingen ontvangen niet aan de RSZ onderworpen zijn indien die vergoedingen bepaalde bedragen niet overschrijden, maar deze regeling biedt geen voldoening. Inzake fiscaliteit bestaat er geen wettelijke regeling, enkel omzendbrieven of interne onderrichtingen.

Met het wetsvoorstel wordt eindelijk rechtszekerheid en duidelijkheid gegeven : een organisatie mag gemaakte kosten vergoeden en de realiteit en de omvang van deze vergoedingen moeten niet bewezen worden op voorwaarde dat deze kleiner zijn dan 47,12 euro per dag en 1.117,91 euro per jaar (momenteel ongeveer 50 euro per dag en 1.250 euro per jaar).

Uitkeringsgerechtigde vrijwilligers

Voor vele mensen die werkloos of arbeidsongeschikt zijn, die op (brug)pensioen zijn, of die een ander vervangingsinkomen genieten, betekent vrijwilligerswerk een kans op maatschappelijke integratie, op het verrichten van nuttige taken in de maatschappij. Het wordt hen echter niet gemakkelijk gemaakt om dit te doen. Vaak moeten zij vooraf melden dat ze vrijwilligerswerk willen uitoefenen, ja zelfs toestemming vragen om dit te mogen doen. Niet-naleven van deze voorwaarden kan tot gevolg hebben dat hun uitkering geschrapt wordt.

Eenvormigheid, eenvoud en transparantie moeten hier de stelregel zijn. Daarom maakt het wetsvoorstel komaf met de vaak enorme papierwinkel en met de strenge sancties, en maakt het de uitoefening van vrijwilligerswerk mogelijk, mits eenvoudige verklaring (en mits de vrijwilliger natuurlijk aan de voorwaarden van de wet voldoet om als vrijwilliger beschouwd te worden).

Labels en certificaten

Valid XHTML 1.0! Correct CSS!

wegwijzer