Logo Greet van Gool
dossier: statuut van de vrijwilliger
vrije tribune GvA 2006-01-13 «

 

De nieuwe vrijwilligerswet is een goede zaak

Vrije Tribune in Gazet van Antwerpen 2006-01-13

Met de nieuwe wet op de vrijwilligers wordt volgens Kamerleden Greet van Gool en Magda De Meyer (sp·a) eindelijk meer zekerheid, bescherming en duidelijkheid geboden aan de 1,5 miljoen Belgen die zich inzetten als vrijwilliger. Maar de laatste weken lijkt het wel of er een aanval is ingezet: de wet zou te veel verplichtingen opleggen aan de verenigingen, te formalistisch zijn, … Als initiatiefnemers van de wet willen zij daarom graag even de puntjes op de i’s zetten.

Volgens de wet is een vrijwilliger iemand die onbezoldigd en onverplicht, in georganiseerd verband, een activiteit verricht ten behoeve van derden. Loutere burenhulp of vriendendienst valt er dus niet onder. Ook moet men onderscheid maken tussen lid zijn van een vereniging en actief zijn als vrijwilliger voor die vereniging. Als ik lid ben van een wandelclub dan is meewandelen op zondag geen vrijwilligerswerk. Wanneer ik bij een barbecue van de club help opdienen, dan wel. Het is dus niet zo dat voortaan zowat iedereen onderworpen is aan deze wet.

Vrijwilligerswerk houdt ook een aantal engagementen in, en daarom voert de wet de organisatienota in. Dat is een verplichting, maar de vrijwilliger moet toch weten waar hij aan toe is en wat zijn taken zijn, en de vereniging moet duidelijk maken wat ze aan de vrijwilliger te bieden heeft. De organisatienota is dus een soort huisreglement dat vooral voor de vrijwilliger de zaken duidelijk maakt. Over welk soort vereniging gaat het, wat wordt er mij verwacht, waarvoor ben ik verzekerd, enzovoort. Zo’n organisatienota hoeft niet al te formalistisch te zijn: publicatie op de website van de vereniging of in het ledenblad is perfect.

Het belangrijkste aan de nieuwe wet is dat voortaan ook de aansprakelijkheid en de verzekeringen duidelijk geregeld worden. Iedereen kent het verhaal van de scoutsleider die na een ongeval persoonlijk aansprakelijk gesteld werd. Dat is voortaan gelukkig onmogelijk, want de wet legt de aansprakelijkheid bij de organisatie, behalve bij bedrog, zware fout of herhaaldelijk voorkomende lichte fout van de vrijwilliger. Helemaal dezelfde regeling dus als de aansprakelijkheid van werknemers. En dus een veel betere bescherming voor de vrijwilliger.

De wet verplicht de organisatie zich te verzekeren voor burgerlijke aansprakelijkheid, iets wat bijvoorbeeld al langer bestaat voor verenigingen in de sport- en de welzijnssector. Voor kleine en feitelijke verenigingen valt dit wellicht wat moeilijker, maar laat ons toch niet vergeten dat er momenteel niks geregeld is, en dat de vrijwilliger vandaag vaak zelf opdraait voor alle kosten als er iets gebeurt. En juist omdat we ons bewust zijn van deze problemen, hebben we een voorstel ingediend om de wet voor iedereen in werking te laten treden op 1 augustus 2006.

Wij zijn er van overtuigd dat de nieuwe wet vrijwilligers niet zal afschrikken en bestaande verenigingen de das niet zal omdoen. Wel zal men vooraf over een aantal zaken moeten nadenken en duidelijke afspraken maken. Maar: goede afspraken maken goed vrienden, zeker als er iets gebeurt. Als iedereen zijn schouders onder de wet zet, en ook de gemeenten en provincies hun steentje bijdragen door bijvoorbeeld de kleinere verenigingen te helpen bij hun verzekering, dan gaat de bescherming van de 1,5 miljoen vrijwilligers er met grote stappen op vooruit. Dat zijn kleine inspanningen voor een groot resultaat: vrijwilligers meer zekerheid en veiligheid bieden bij het uitoefenen van hun maatschappelijk waardevolle taak.Want wie wil er anders nog scoutsleider zijn?

Labels en certificaten

Valid XHTML 1.0! Correct CSS!

wegwijzer